In 1998 ondernamen Ger Rijgersberg uit Baarle-Hertog en Jac Leuris uit Baarle-Nassau iets bijzonders. Per jeep reisden ze van Baarle naar Banjul in Gambia. Het idee was afkomstig van Jac die toen bijna 65 was en eerder met zijn vrouw Fien in Gambia op vakantie was geweest. Uiteraard sprak de taxichauffeur daarover in de taxi met de mensen die hij vervoerde, en zo kwam dat terecht bij oud-militair Ger Rijgersberg. De heren maakten kennis en werkten samen het plan uit: op 8 november 1998 was er een groot feest en daarna vertrokken ze, om op 6 december op de plaats van bestemming te arriveren. 25 jaar later is het tijd voor een terugblik…
Door Jeanny Wouters
Elke week deden ze destijds verslag in Ons Weekblad en op de Lokale Omroep Baarle. Dat ging door middel van een satelliettelefoon die ze van iemand mochten lenen. Oorspronkelijk was het plan om alleen via een kompas te reizen. Maar de gps, ook gekregen, kwam goed van pas. Een heel dagboek hebben ze bijgehouden, er zijn boeken vol foto’s, geld, postzegels, documenten en mooie herinneringen. Ze schreven zelf hun eigen terugblik:
8 november 25 jaar geleden
‘Herinneringen van 25 jaar geleden van de Krasse Knarren Jac Leuris (89) en Ger Rijgersberg (77)’
Het was Jac zijn grootste droom om vóór zijn 65e met een jeep 7000 kilometer van Baarle door de Sahara naar Gambia te rijden. Zijn maatje had afgehaakt en Jac zag zijn droom voorbij gaan. Toevallig begon Jac (als vaste taxichauffeur van de moeder van Ger) zijn verhaal te vertellen en zij reageerde meteen dat het wel iets voor Ger zou kunnen zijn. Zo zijn ze samen in contact gekomen en Jac was in de zevende hemel. Ze konden het meteen goed met elkaar vinden want Jac was bij de mariniers geweest en Ger bij de commando’s.
De jeep werd omgetoverd tot een kleine camper met alles erop en eraan. Ze kwamen niet tekort, een bed, allerlei kastjes voor blikvoer en water en een kluisje voor documenten. Net voordat ze vertrokken kregen ze van Coos van der Heyde nog een GPS en een sateliettelefoon. De laatste was hun redding en de enige mogelijkheid om met het thuisfront, de lokale omroep en Ons Weekblad in contact te komen. De voorbereidingen gingen in sneltreinvaart en na vijf weken gingen ze op pad. Fientje Leuris had een heel groot feest georganiseerd op de dag van vertrek in de grote garage van Taxi Baarle. Door familie, vrienden en kennissen werden de Krasse Knarren uitgezwaaid.
En toen begon de droom!
Vijf weken hebben we samen dag en nacht in het kleine jeepje vertoefd en nooit is er één verkeerd woord gevallen. De Landrover heeft zich gedurende die tijd prima gehouden. Jammer was echter dat de verwarmingsschakelaar was afgebroken zodat we de hele weg met de kachel open hebben moeten rijden, ook in de Sahara waar het overdag 45 graden was en we de ramen niet open konden zetten vanwege het stuifzand.
Tijdens een woestijnrit is er door een opspringende steen de hoofd massakabel gebroken waardoor we soms de motor niet uit konden zetten omdat het onmogelijk was de jeep in het rulle zand aan te duwen. Zelfs op de volle ponten over de Senegal- en Gambia rivier lieten we de motor draaien.
De eerste problemen kregen we in Tanger. De douane liet ons drie maal alles uit de jeep op de grond uitstallen en vroeg om geld. Uiteindelijk is dat afgekocht voor omgerekend 80 gulden.
In Rabat moesten we bij de Ambassade van Mauritanië onze visa halen omdat we geen tijd meer hadden dat tijdens de voorbereiding in Bonn te doen. Geen probleem zei men, maar we moesten wel een vliegticket overleggen, kosten 400 gulden per persoon en de jeep was ons probleem. Zij gaven zelfs het reisbureau op waar we moesten zijn. Daar hebben we een deal gemaakt: als zij ons een verklaring gaven dat we de tickets hadden gereserveerd zou de betrokken functionaris naar ik meen 100 gulden krijgen. Waarna we de visa ontvingen.
Hachelijk was de ervaring met slangen en ’s avonds tijdens het kampvuur met de jakhalzen die op ons eten afkwamen en rond ons kampvuur cirkelden. Even een lichtbundel van de zaklamp erop en ze verdwenen in de duisternis om direct daarna weer terug te komen.
Vanaf Nouakchot moesten we met een convoi militaire ’s nachts door de woestijn onder een bepaalde kompasstand rijden richting grens van West Sahara naar Mauritanië. Daar moesten we door een mijnenveld en met een stengun op ons gericht de grens over.
Tijdens de enkele nachtelijke ritten was het gevaarlijk rijden doordat er afgronden waren. Oplossing: Ger op de motorkap met zaklamp terwijl Jac rustig het voertuig reed.
Regelmatig namen we een bad in de oceaan en bivakkeerden in de duinen als we in de buurt van de Atlantische Oceaan waren. We hadden een overvloed aan Ladyfisch, een grote vis als een kabeljauw die we tijdens de rit van vissers kochten en soms samen met hen aten.
Ook moesten we 360 km over het strand rijden. Dit moest gebeuren tijdens laag water. Het probleem was, men kon nergens van het strand af, daar de rotsen te hoog waren. Echter, toen we een goede 300 km gereden hadden met hindernissen zoals opgewaaid woestijnzand waar we dan overheen reden en soms aan de andere kant in het water terechtkwamen, zag ik een mogelijkheid om toch naar boven te rijden. Bijna boven lag een zware kabel, waardoor ik niet meer verder kon rijden. Aan deze kabel lag een vissersboot aangemeerd. Met behulp van twintig helpende vissers is de jeep dan toch boven gekomen en konden we zo over land verder rijden.
Senegal hebben we ervaren als één brok corruptie. Als je niet alert was jatten ze alles uit de jeep. Elk gehucht dat we passeerden lag er aan het begin en aan het eind een groepje politie die ons aanhielden en tol vroegen. Dit hebben we het eerste ‘dorp’ niet betaald en gezegd dat we geen geld hadden en gevraagd waar we konden pinnen. Men stuurde ons een aantal kilometers verderop. Erg dom want natuurlijk zijn wij niet meer teruggereden en hebben alle gehuchten plankgas gepasseerd.
Aangekomen bij het veerpont dat ons over de Gambi-rivier naar Banjul zou brengen stuurde de kapitein ons 20 km terug om tickets te kopen. Positief was dat hij wel op ons heeft gewacht zodat we nog op tijd op onze eindbestemming zouden arriveren. Hier wachtte ons een groots onthaal door Fien georganiseerd met pers, TV, muziek, de lokale bevolking en onze fanclub.
Conclusie
Met veel improvisatie, een goede onderlinge verstandhouding en duidelijke afspraken is elk doel, hoe moeilijk ook, te verwezenlijken.
6889 kilometer
Al napratend met het viertal rond de tafel komen nog meer mooie verhalen los en herinneringen. Hoe Fientje en Ida, de vrouw van Ger, na het feest de twee mannen achterna reden omdat Jac zijn koffer vergeten was. Hoe de Saharareizigers uit het zand komend tussen twee puur blauwe meren doorreden met aan de ene kant roze flamingo’s en aan de andere kant zwarte flamingo’s. Hoe ze zich vergaapten op de pont in Senegal aan vrouwen met felgekleurde gewaden en manden fruit op het hoofd, of de rivier over een watertje vol waterlelies zagen…
En hoeveel kilometers legden ze nou af 25 jaar geleden? De teller van de legerjeep stond op 9300 km toen ze deze kochten bij de Domeinen en de eindstand was 16189! Jac heeft er daarna nog jaren in gereden.
Vrienden voor het leven
Inmiddels zijn de vier vrienden voor het leven en ontmoeten ze elkaar nog regelmatig. Zo ontstond ook het idee om bij de mijlpaal van 25 jaar geleden, de eerste etappe van de Saharareis nog eens over te doen maar dan met zijn vieren. 8 November reisden ze naar Bourscheid in Luxemburg waar ze gezellig een paar dagen verbleven. ‘Veel regen en wateroverlast’ schrijft Fien. ‘Maar ondanks het weer hebben wij deze dagen met leuke fantastische speciale momenten van onze bijzondere vriendschap doorgebracht en gevierd. Ergens begint het weer te kriebelen bij de mannen voor herhaling, maar dat vinden wij vrouwen niet meer goed en verantwoord.’
