Destijds was augustus de zwemmaand. Dan was het water van het Putven door de zon in de voorafgaande maanden lekker opgewarmd. “We gaan naar Zandvoort al aan de zee”, zong ma. Dan wisten we hoe laat het was. Ze pakte onze badtas in en nam ons mee achter op de fiets, via de Alphensebaan langs de boswachter, naar het Putven.
Onze badtas was uitgevoerd in een rode Schotse ruit. Koske had er ook zo eentje, maar dan met een blauwe Schotse ruit. Je had ze trouwens ook met een groene Schotse ruit. Bijna iedereen had destijds in Chaam bij ons in de klas zo’n badtas. De badtassen waren langwerpig, zoals een koker met aan de bovenkant een koord waarmee je de badtas dicht kon trekken. Het koord zat vast aan de onderkant zodat het tevens diende als schouderband om de badtas op je rug mee te kunnen nemen.
Vakje
Hans noemde een badtas, een zwemtas. Aan de buitenkant zat een vakje met doorzichtig plastic waar je een kaartje met je naam en adres in kon schuiven. “Daor doei ik m’n abonnement in”, stoefte Hans. Hij ging vaak zwemmen bij Wolfslaar tussen Ulvenhout en Breda. “Mee de fiets via ’t Gatbroek bende daor zo”, zei Hans. Wij hadden geen abonnement. “Des ommes nerreges veur nodig”, zei ma. Ze had gelijk, want in het Putven kon je elke dag gratis zwemmen.
‘Snelbruin’
Wanneer we gingen zwemmen stopte ma een handdoek, een kartonnen driehoekje van Sunkist en een flesje Ambre Solaire in onze badtas. Sjannie koos voor Quick Tanning Coppertone. ‘Snelbruin’, noemde ze dat. “Daor bakte ommes veul sneller bruin deur”, legde Sjannie uit. De zwembroek deden we thuis al onder onze bovenbroek aan. Wanneer Sjannie in de buurt was hielden we die ook na het zwemmen aan. “Eer we thuis zen is ie ommes wir droog”, smoesde Koske.
Luchtje
Aan de binnenkant van onze badtas zat een laagje plasticachtig rubber tegen het doorlekken van onze natte zwemspullen. Hoe langer de zomer duurde hoe harder onze badtassen stonken. Die van Hans stonk het hardst. Dat kwam door zijn doorweekte handdoek en zwembroek met een vleugje chloor van Wolfslaar, wat een chemische reactie opleverde. Dat luchtje bleef een jeugd lang hangen.
Zwemles
Ook wij kregen te maken met de werking van zwemwater vermengd met chloor in onze badtassen toen we op zwemles moesten in het Sportfondsenbad tegenover Kees in Breda. Iedere zaterdagmorgen vertrok de zwembus in alle vroegte vanaf de Chaamse kerk naar Breda waar we werden afgesnauwd door een krijsende zwemlerares. Ze leek op een badtas.
Voorbij
Op een dag in augustus had Koske, toen hij ging zwemmen, in de plaats van zijn geruite badtas een ‘pukkel’ bij zich. Kriesje ruilde zijn badtas om voor een blitse rugzak. Sjannie bracht een plastic strandtas mee en ging niet meer ‘naar Zandvoort’ maar met Scott Mckenzie naar San Francisco. Het was voorbij met die mooie zomers bij het Putven. We gingen voortaan, net als Hans, naar Wolfslaar.
Kriebelen
Nu kun je niet meer zwemmen in het Putven, omdat het ven teruggegeven is aan de natuur als beschermd gebied. Dat is maar goed ook. Toch begint het ieder jaar in augustus, de zwemmaand, weer te kriebelen. Dan denken we terug aan destijds toen we de badtas van de zolder haalden en op de fiets met ma ‘naar Zandvoort’ gingen, via de Alphensebaan langs de boswachter, om te zwemmen in het Putven. We voeren op een vlotje op en neer naar het eilandje in het midden. We gingen naar ‘Zandvoort al aan de zee’ en namen onze Schots geruite badtas mee!
Berry van Oers
