Door: Claudi Olieslagers
Je houdt ervan of je houdt er niet van. Maar in Smokkelgat vinden we het gewoon een fijn fisje.
Dit jaar bestaan De Grenszuukers 55 jaar en alles wat door 11 gedeeld kan worden, mag gevierd worden. Strak in het pak stond het bestuur van De Grenszuukers afgelopen zaterdag hun gasten op te wachten bij Bontvivant. ’s Middags was er een receptie voor genodigden. Louis ontving zijn gasten als een volleerd Prins. Bij het 44-jarig bestaan hadden alle Prinsen en zelfs één Prinses een sjerp en hoed gekregen. Die waren uiteraard zorgvuldig bewaard.
Da heej men veul geld gekost
Deze keer kregen zij een prachtige onderscheiding, zodat voor iedereen zichtbaar was dat zij eregasten waren. Prins Jantje d’n Irste, inmiddels 83 jaar, was de allereerste Prins van ons Smokkelgat. “Niemand wist toen wat er ging gebeuren,” vertelt hij. Zijn vrouw Nelly moest destijds thuisblijven om voor de kindjes te zorgen en kreeg daardoor niet alles mee van het feest. Het toenmalige bestuur had afgesproken dat er ieder jaar een andere Prins zou zijn. “Maar dat is niet gelukt,” lacht Jantje Gulickx. In 1972-1973 kwam Prins Nellis d’n 1e, oftewel Cees Vromans. “We moesten klein beginnen, Jantje,” lacht Cees.
Toentertijd waren er nog echte verkiezingen om Prins te worden. “Da heej men veul geld gekost,” grapt hij. Cees werd de volgende Prins en vervulde die rol tien jaar lang. Hij vertelt dat hij ooit bij Herman van Brakel op tafel mocht staan bij de Lindeboom met carnaval. “Het was zó mooi en warm, da’k heb staan janken van geluk.” Ook herinnert hij zich dat hij met de Prinsen naar het ziekenhuis moest om Grenszuukers te bezoeken. Zijn eerste bezoek was aan iemand met longproblemen. “Ge zaagt ’m nie liggen van de rook,” lacht hij. Toen mocht je nog roken in het ziekenhuis.
Vijf keer elf gaat zeker niet vanzelf
Terwijl het tafeltje met Prinsen verder keuvelt, komt Prins Louis langs. “Over 11 jaar zit ik bij jullie aan tafel,” roept hij. Dan is het tijd voor de officiële opening. Politie Esther en bestuurslid Marco nemen deze op zich. Esther heet iedereen van harte welkom. Ze noemt het geen gewone verjaardag, maar een jubileum om bij stil te staan. Zelf is ze een trotse Grenszuuker en benoemt ze de saamhorigheid en de sterke verhalen, die ieder jaar nóg sterker lijken te worden. Bij De Grenszuukers ontstaan vriendschappen, maar ook relaties. Ze staat stil bij de oprichters, maar kijkt zeker ook vooruit. Daarna is het woord aan voorzitter Liesbeth Peeters. Volgens haar is er in de afgelopen jaren veel veranderd in Baarle, maar één ding is hetzelfde gebleven: De Grenszuukers bleven. Ze staat ook stil bij de droevige momenten, want er zijn in al die jaren ook mensen ontvallen. Om hen te herdenken staat er een kaars op de bar, zodat zij er toch bij zijn. Dit moment wordt terecht met een groot applaus ontvangen. Namens beide gemeenten waren Janneke van de Laak en Philip Loots aanwezig. Janneke roemt de mooie slogan '55 jaor die handjes op mekaor'. “Vijf keer elf gaat zeker niet vanzelf,” zegt ze. Als vrouw benoemt ze ook trots die ene Prinses van de afgelopen 55 jaar. Daarna noemt ze een aantal momenten waaruit de groei van de afgelopen jaren blijkt.
Als Nassau mag, mag Hertog toch ook speechen?
Burgemeester Loots opent zijn speech met: “Als Nassau mag, mag Hertog toch ook speechen?” De lach is meteen ingezet. Hij benadrukt dat een feestje belangrijk is, maar dat er ook rekening gehouden moet worden met anderen. Voor hem is het extra bijzonder om hier te staan, omdat zijn grootoom bij de oprichting één van de mensen van het eerste uur was. Als slot overhandigt hij een mooie oorkonde: ontworpen door Baarle-Hertog, geprint en ingelijst door Baarle-Nassau; wederom een mooie samenwerking tussen beide Baarles. Ook Prins Louis neemt nog even het woord. Hij had niets voorbereid, maar vertrouwde erop dat hij zo wel iets zou kunnen zeggen. Hij is pas een paar jaar echt betrokken bij de Grenszuukers. Hij vertelt hoe hij vroeger, als achtjarige, voor het eerst tegen een carnavalswagen stond te pissen en in de tijd van Prins Nellis was hij ooit eens nar. “Ik vind de Grenszuukers zó,” zegt hij, terwijl hij zijn duim opsteekt. Hij herhaalt het nog eens en bedankt iedereen voor de steun van het afgelopen jaar. Even kan hij zijn tranen niet bedwingen. “Vanavond maken we er een groot feest van. Op naar de 66 jaar!” besluit hij.
Mar ge het ut nou zelf gezien
Ik spreek nog even met Kees van Hees. Die is 44 jaar lid en daarmee het langst aangesloten lid van De Grenszuukers. Zelf denkt hij dat hij eigenlijk nóg langer lid is, maar vroeger werd niet alles opgeschreven. Hij werkte bij Ansems op Loveren toen iemand van De Grenszuukers hem vroeg om lid te worden, omdat er nog niemand van het Bedaf bij zat. Hij begon als reservelid en is nu rustend lid, hij doet volgens eigen zeggen nog wat kleine dingen achter de schermen. Maar volgens het bestuur is Kees van onmisbare waarde. Voor Kees staat carnaval gelijk aan plezier. “Vroeger was er wel meer discipline,” lacht hij, met een pilsje in zijn hand. “Carnaval duurt maar zes weken,” zegt hij nuchter. “Op de elfde van de elfde begint het, dan is het even rustig en daarna leef je naar carnaval toe en dan is het weer voorbij.” Ondertussen loopt de jeugdraad in polonaise binnen. Als ik zie wie de jeugdprinses is, spreek ik Kees nog even aan. “Dat is je kleindochter!” “Ik mocht niks zeggen,” antwoordt hij trots. “Mar ge het ut nou zelf gezien.” Lara, twaalf jaar, is dit jaar jeugdprinses. Ze verheugt zich op de optocht, op de kar staan en zwaaien. Het carnaval zit duidelijk in de familie. Uiteraard poseren opa en kleindochter samen voor Ons Weekblad: een prachtig voorbeeld van hoe het feesten bij De Grenszuukers van generatie op generatie wordt doorgegeven. ’s Avonds was er nog een geweldig feest voor iedereen die weet wat carnaval is. Het werd een soort Prinsengeburenbal XXL met optredens van De Dorinis en Johnny Purple. Het bleef nog lang onrustig op de Rooieweg. Over vier weken, en als u Ons Weekblad leest nog maar drie, is het carnaval. Alaaf voor de Grenszuukers!
