Op vrijdag 20 maart is het de internationale ‘dag van geluk’. Je kunt ‘gelukkig zijn’ en ‘geluk hebben’. Dat zijn twee verschillende zaken, maar in beide gevallen ben je een geluksvogel. Als we destijds in Chaam over geluk spraken, hadden we het meestal over ‘geluk hebben’. “Ge het geluk da ge in Chaom geboren bent”, zei ma altijd.

Door Berry van Oers

Brandpunt

Destijds vlogen de geluksvogels af en aan in Chaam. Vooral boven de Schootakkerstraat was het een tijdje lang erg druk. “Ge meut van geluk spreken dat d’n ooievèèr oew in Chaom heet laoten vallen”, zei ma wanneer ze naar ‘Brandpunt’ keek. Volgens haar waren we zelf ook geluksvogels. Pa beaamde dat. “Tis ommes nerreges beter dan hier”, concludeerde hij na ‘Achter het nieuws’ en ‘Hier en Nu’.

Voordelen

Als pa weer eens zo’n bui had somde hij de vele voordelen van het ‘Chamenaarschap’ op. “Hier kennen we mekaoren ammaol en houwen ze oew in de gaoten”, zei hij. Nu lijken die voordelen bijna nadelen, maar destijds geloofden we dat we daarom geluk hadden gehad dat we in Chaam geboren waren. “Darrom komen ommes al die vukkaassiegangers naor òòs toe”, voerde ma als bewijs aan.

Grens

We hadden in ieder geval geluk dat Chaam kort bij de grens ligt. Toen de sigaretten hier duurder werden kochten we ze voortaan over de grens. We tankten er wekelijks onze ‘Peusio’ af. We gingen uit in ‘Het Fortuin’ in Meer en in ‘De Diept’ bij Theo en May in Merksplas dronken we ‘Ster-Allekes’. Op vrijdag biljartten we bij ‘De Posthoorn’ in Meerle tegen ‘de Xavier’ en ‘de Guy’. Op zaterdag hingen we aan de toog bij Frans op De Dreef. ‘Een ons geluk is meer dan een pond goud’, stond er op het tegeltje van Frans.

Stukje

We hadden sowieso geluk met pa en ma. Ze lieten ons ‘dag in dag uit’ voelen dat het een geluk was dat we er waren. En anders herinnerde Rudi Carell ons daar wel aan: “Wat een geluk dat ik een stukje van de wereld ben, dat ik de wijsjes van de sijsjes en de merels ken!” Telkens als we dat liedje op de radio bij de ‘Arbeidsvitaminen’ hoorden, beseften we dat we geluksvogels waren.

Scherven

Wanneer pa voor de zoveelste maal nieuw glas in de sponningen had gezet en onze aap Monkey de ruit er weer uitstootte, zei ma altijd: “Scherven brengen geluk.” Maar ze had daar geen bewijzen voor. Ook een ‘klavertje vier’ of een hoefijzer boden geen garantie. Als je geluk had kwam dat meestal bij toeval en onverwacht. Eigenlijk op goedgeluk, zoals een geluk bij een ongeluk. “Puur geluk”, zei ma. “Meer geluk dan wijsheid”, volgens pa.

Gewoon

Volgens pa zat geluk in een klein hoekje. “Agge ’t vendt, dan hedde geluk”, zei hij. Zulke wijsheden had pa van zijn vader. Opa zat vaak voor het keukenraam met zijn hond op schoot en tuurde dan over de Noordhoek. Hij leek genoeg te hebben aan de notenboom in d’n hof, het ritme van de regen en zijn ‘mondmuziek’. Toen was geluk eigenlijk nog heel gewoon.

Dankbaar

Opa vertelde, toen hij net terug uit het ziekenhuis was, dankbaar te zijn voor alle goede mensen en mooie gebeurtenissen die hij in zijn leven was tegengekomen. “Ge het geluk agge daank-oe-wel kunt zeggen”, zei opa cryptisch. Uit zijn mond klonk dat heftig, wetende wat hij allemaal in zijn lange leven aan tegenslagen had moeten doorstaan.

Cadeau

Zoals gezegd hadden wij het destijds in Chaam vaker over ‘geluk hebben’ dan over wel of niet ‘gelukkig zijn’. Dat kwam omdat de meeste Chamenaren, net als opa, waren grootgebracht met het besef dat het leven een cadeau is. Zeggen dat je niet gelukkig was, had dan iets ondankbaars. Je had geluk dat je er was. Bovendien waren we in Chaam geboren. Alleen al daarom waren we geluksvogels.