De sfeer die je meekrijgt wanneer je opgroeit in een Chaams ‘nest’ zit diepgeworteld. Je draagt die Chaamse sfeer je hele verdere leven met je mee. Voor de ene Chamenaar is dat de geur van hooi, voor de ander ‘boontjes wecken’ of ‘piepke lozen’. Bij ons is het vooral ‘sokken stoppen’.
Door Berry van Oers
Opvoeding
‘Sokken stoppen’ stond eigenlijk voor alles wat ons tot Chamenaren maakte. Wanneer we na school op de step naar oma stepten aan de Ulicotenseweg naast de beek, troffen we haar daar vaak aan tijdens het ‘stoppen’ van opa’s sokken. ‘Sokken stoppen’ ademde de warme sfeer waarin we werden opgevoed tot rasechte Chamenaren.
Hergebruik
‘Sokken Stoppen’ liet het belang zien dat de Chamenaren hechtten aan hergebruik en zuinigheid. Oma trok dan de sok waar een gat in zat over een theekopje. Met stopgaren en een stopnaald ‘stopte’ ze het gat. Eerst bracht oma met veel precisie de horizontale banen aan en daarna de verticale banen tot het hele gat gevuld was. Wanneer het stukje vakwerk af was, konden de sokken weer een hele tijd mee. Oma stond aan het begin van de cirkel, want ze had de sokken ooit zelf gebreid.
Zorgzaamheid
‘Sokken stoppen’ stond voor de zorgzaamheid van de Chamenaren. Opa had immers hard en lang gewerkt in die sokken om voor zijn ‘huishouden’ te zorgen. Oma zorgde er voor dat opa dat altijd met hele sokken aan kon doen. Oma stopte zijn sokken liefdevol, gezeten in de zorgstoel naast de kolenkachel in de stalkeuken. “Ze zen bekaast klaor”, zei ze dan bezorgd.
Gezelligheid
‘Sokken stoppen’ hoorde bij de Chaamse gezelligheid. Terwijl oma ‘stopte’ was het in de stalkeuken een zoete inval. Niet alleen de duivenmelkers kwamen gezellig langs om de Chaamse dorpspolitiek te bespreken, maar ook pastoor Backx en dokter Nugteren waren er vaste klanten. Het kon er dan hard aan toe gaan. “Wa veinde gij er ammaol van”, vroegen ze dan aan oma. “Laot mijn mar sokken stoppen”, antwoordde ze dan wijs.
Zelfredzaamheid
‘Sokken stoppen’ stond ook voor zelfredzaamheid van de Chamenaren. Als iets kapot was dan repareerden ze het zelf. Zoals opa zelf het lekke staldak repareerde zo stopte oma zelf opa’s gapende sokken. Ze hadden daar niemand bij nodig. “We redden ommes òòs eigen zelf wel”, zeiden ze dan trots. Chamenaren waren graag zelfstandig om vandaaruit saamhorig te kunnen zijn.
Voldoening
‘Sokken stoppen’ gaf de Chamenaren een gevoel van voldoening. Zo’n doorleefde gestopte sok hoorde destijds bij een content overzichtelijk leven waarin het hele gezin haar plaats en taken kende. Als het stopgaren in de sokkleur op was gebruikte oma gewoon een andere kleur stopgaren. “In oew klompen ziede oew sokken ommes toch nie”, zei oma praktisch. Wanneer dan op het einde van de avond de mand met kapotte sokken leeg was, smaakte het slaapmutje des te beter.
Geborgenheid
‘Sokken stoppen’ gaf een gevoel van Chaamse geborgenheid. Als we oma zagen ‘stoppen’ in haar zorgstoel naast de kolenkachel in de stalkeuken voelden we onszelf veilig en leek niets ons te kunnen deren. Op dat vertrouwde tafereel van het ‘sokken stoppen’ konden we steeds terugvallen. Wanneer woorden te kort schoten, zei ‘sokken stoppen’ genoeg. We mistten het pas toen het er niet meer was.
