Overheden zetten in 2026 extra in op het bevorderen van verbinding tussen mensen. Wij hadden daar destijds in Chaam geen speciaal beleid voor nodig. Chamenaren waren toen dagelijks bezig met verbinden op natuurlijke ontmoetingsplekken, zonder dat ze er erg in hadden. Volgens opa had je er alleen maar een ‘touwke’ voor nodig: “Een touwke om de zaok bij mekaoren te houwen!”
Door Berry van Oers
Verbinden
Verbondenheid zat er bij ons al vroeg in. Het begon bij de geboorte toen we nog vastzaten aan ma. Vanaf het moment dat zuster Beata het ‘touwke’ doorknipte kon het verbinden beginnen. “Leven is verbinden”, zei pa altijd. Het begon thuis, daarna op de kleuterschool gevolgd door de jongensschool, de school in de stad en later op het werk. “Vergit oew touwke nooit nie”, gaf opa als wijze raad op ons levenspad mee.
Band
Pa spande tussen de palen langs onze hofpad een ‘touwke’ waar ma de was aan ophing. Dan keek To over de schutting om de laatste Chaamse nieuwtjes te bespreken. “Komt strak mar ’n bakske koffie drinken”, zei ma dan. De andere To van de overkant en de gezusters Rie en Nel van naast ons kwamen ook altijd mee buurten. Soms was er geen touw aan vast te knopen, maar het schiep wel een band.
Binden
Opa had altijd een hele tros met ‘strooitouwkes’ in de schuur hangen. Die kocht hij bij de Boerenbond. Ome Toon en ome Piet gebruikten opa’s ‘touwkes’ om hun duivenmanden achter op de fiets te ‘beinen’ wanneer ze naar het duivenlokaal van Neel aan de Gilzeweg trapten. Daar bespraken ze urenlang, samen met de duivenmaten, de topsnelheid van hun prijsduiven.
Bel
Sus van de overkant gebruikte soms een ‘strooitouwke’ om zijn eigen broek op te houden. Behalve op zondag in de Mis, want dan droeg hij bretels. Ome Mart gebruikte door de week ook wel eens een ‘touwke’ als broeksriem. Behalve op zaterdagavond, want dan was hij ‘nie touwe thuis’. In het café van Kees Leijten ontmoette hij dan zijn kameraden. Wanneer Kees ging sluiten trokken ze eensgezind ‘in verbondenheid’ nog snel even aan het ‘touwke’ van de bel. “Wie aan de bel trekt bij de Leijt, is aan de toog een rondje kwijt”, rijmde Kees dan.
Touwtrekken
Touw kon je voor van alles en nog wat gebruiken, zoals bij het ‘touwke springen’, haktollen of jojoën. Maar wie meer verbinding zocht kon op de Snijderse Kermis gaan touwtrekken. Dat was heel wat anders dan ‘touwke trekken’ op de Chaamse Kermis. Op Snijders trokken ze allemaal aan het zelfde touw, ieder de eigen kant op. Maar na wat touwtrekken over en weer eindigden ze altijd weer gezamenlijk in de Snijderse spiegeltent aan de Zwartlaagweg. Daar trokken ze uiteindelijk allemaal aan het langste eind.
Brievenbus
Bij Koske thuis zag je soms een ‘touwke’ uit de brievenbus in de voordeur hangen. Aan dat ‘touwke’ zat een portemonnee die Koske op het fietspad legde. Zelf bleef Koske achter de voordeur zitten. Wanneer een argeloze voorbijganger dan bukte om de portemonnee op te rapen trok Koske de portemonnee aan het ‘touwke’ door de brievenbus bruut weg. Dan leverde het ‘touwke’ uit de brievenbus van Jan Terlouw toch meer verbinding op.
Rikken
Opa was de hele week in touw om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar op zondag liet hij zijn ‘touwke’ even los. ‘s Avonds kwamen Lieneke en Marie altijd kaarten. Tijdens het rikken bespraken ze de wereldproblemen. “Tis unne slechte wereld”, concludeerde Lieneke elke zondagavond weer. “Iedereen denkt ommes alleen mar aon zunnen eigen ikke”, volgens Marie. “Tis darrom mar goed deh wij bij òòs in Chaom zelf de touwkes in haanden hebben”, zei opa dan.
