Op 11, 12, 13 en 14 mei vallen de naamdagen van de vier ‘ijsheiligen’. Het zijn de laatste dagen in de maand mei wanneer het ’s nachts nog kan vriezen. Daarom plantte pa zijn plantjes pas wanneer de ijsheiligen geweest waren. “Aanders zedde te vruug”, zei hij. Maar je moest niet te lang wachten. “Aanders zedde te laot”, zei ma. Soms ben je beter te vroeg en soms beter te laat. “Daor komde vruug of laot vaneiges aachter”, wist pa.
Door Berry van Oers
Verschil
Zowat het eerste wat wij leerden op de kleuterschool aan de Gilzeweg was het verschil tussen ‘vroeg’ en ‘laat’. Dat was handig om gebeurtenissen te ordenen, tijdsbesef te ontwikkelen en dagindelingen te begrijpen. Zodra we het verschil tussen vroeg en laat onder de knie hadden wisten we ook wat nu, toen, ‘bedeeme’ en straks betekenden. “Kekt mar op de Chaomse torenklok of ge te vruug of te laot bent”, leerde ma ons.
Soorten
Je had vier soorten Chamenaren. De ene soort kwam altijd te laat en de andere soort steevast te vroeg. De derde groep kwam op tijd en de vierde groep kwam niet. Fraaske hoorde bij de vierde groep. “Dan kunde ok nooit nie te vruug of te laot komen”, zei hij altijd. Volgens ma kon je beter wat te laat komen dan veel te vroeg wanneer er op de uitnodiging ‘vanaf’ voor het tijdstip stond. “Beter te laot dan te vruug”, zei ma dan.
Te vroeg
Jan, die destijds op het Eldoradopark werkte, kwam altijd tien minuten te vroeg op zijn werk. Het leverde hem de bijnaam ‘tien voor zeven’ op. “Vraog ’t mar efkes aon tien veur zeuven”, zei Toon dan als ze hem vroegen om ‘s morgens vroeg de poort open te doen. “Beter te vruug dan te laot”, zei ‘tien voor zeven’ altijd. Pa had geen last van die vaste patronen. Hij zat op de pannenfabriek afwisselend de ene week in ‘de vruuge’, de andere week in ‘de laote’ en daarna weer in ‘de gewone’.
Te laat
De ‘Zangeres Zonder Naam’ bracht destijds de stemming er in met de hit ‘vroeg of laat weet ik dat je mij verlaat’. Bij Lina van de Heikant was het nooit zo ver gekomen. Of je te vroeg of te laat bent kan grote gevolgen hebben, wist ze uit eigen ondervinding. Lina verklapte eens tijdens een advocaatje dat buurjongen Kees haar ooit had gevraagd om met hem te trouwen, maar ze zei dat het nog te vroeg was. Lina wachtte een jaar voordat ze haar jawoord gaf, maar toen was het te laat en was Kees al onder de pannen.
Nachtmens
Wim, de oudere broer van Koos, was een nachtmens en ging altijd laat naar bed. Dat was vroeger al zo. De algebralessen op de mavo in Gilze vroeg in de ochtend waren aan hem niet besteed. Maar voor de vakken die later op de dag op het lesrooster stonden haalde Wim hoge cijfers. Toen hij later naar de avondschool in de stad ging slaagde Wim, tegen de verwachting in, met vlag en wimpel voor zijn examen wiskunde.
Vroeger
Ma had het dikwijls over vroeger. “Vruuger was ‘t veul gezelliger”, zei ze. Ma vertelde dan hoe ze vroeger met haar neven en nichten vanuit Chaam over Alphen via de ‘Ooievaarsnest’ naar de zilveren bruiloft van ‘Jan-oom’ in ‘Gool’ fietste. Onderweg werd er toen heel wat uitgespookt. Vooral Piet van Drikke, Koos van Minusse, Toon van Sjaorels, Jos van Hanne en Harry van Sjaone konden er wat van. “Dan hajen ze ’n goei snip in en waren we ’s merregesvruug pas wir thuis”, glunderde ma.
Later
“Laoter as ik gròòt ben, dan gaoi ik veurt laot naar bed”, riep Girtje wanneer zijn moeder hem al vroeg naar boven stuurde. Er waren er wel meer bij ons in de klas die vol met originele plannen zaten voor later. “Laoter wor ik n’n boer net as òòs vaoder”, vertelde Sjaok. “Dan wor ik slaachter net as òòze pa”, zei Harry. “En ikke melkboer”, riep Girtje dan expres. “Och, zunne zot”, zei zijn moeder dan.
