Hij studeerde zelf aan de mulo en kweekschool bij de broeders van DelaSalle in Baarle en werd zelf ook een van hen. Inmiddels is Antoon van Tuijl al vele jaren geleden uitgetreden, wel actief gebleven in het Baarlese onderwijs en een van de weinigen die nog actieve herinneringen heeft aan het voormalig klooster aan de Pastoor de Katerstraat. Zaterdag 15 maart gaf hij een lezing over de historie van het gebouw dat over twee jaar leeg komt te staan.
Door Jeanny Wouters
Bij gelegenheid van de Ontmoetingsdag voor vrijwilligers en verenigingen, georganiseerd onder de vlag van NL Doet, was er ook een lezing over de historie van het oude klooster plus een inkijkje in de nieuwe plannen door de directeur van ccbaarle. Wethouder Janneke van de Laak verwelkomde de vele geïnteresseerde luisteraars en kondigde beide sprekers aan.
1845-heden
In 1845 begint deze hoek van Baarle iets te betekenen, als de heer M.J.B. De Paeuw er een pensionaat bouwt op Belgisch grondgebied en er een internationale school vestigt die kwalitatief goed onderwijs biedt. De gevelsteen in de achtergevel van het cultuurcentrum, nabij de uitgang aan de zijde van de parking, getuigt nog van dat oprichtingsmoment in augustus 1845. De familie De Paeuw had een naam op onderwijsgebied in België; een familielid was directeur generaal op het ministerie van Onderwijs in Brussel. Al voor de broeders van DelaSalle in beeld kwamen, was hier dus al een onderwijsinstituut gevestigd.
In 1908 kochten de broeders dit gebouw en verbouwden het. Zo kwam er een torentje op, een kapelletje erbij en klaslokalen. Antoon toonde een foto van 1910 toen de eerste Belgische leerlingen er aan de slag gingen, zij werden voorbereid op het noviciaat. In 1914 werd nieuwbouw gepleegd op Nederlands grondgebied, et eerste deel van de huidige dwarsvleugel. Omdat op dat moment de Eerste Wereldoorlog uitbrak werd het gebouw direct in gebruik genomen als kazerne. Uiteraard kwam het in 1918 weer terug in handen van de broeders en werd er een mulo, kweekschool en broederopleiding gevestigd. In de toren waren de toiletten, men had eigen watervoorziening en afvoerputten. Oude foto’s van gangen en zalen van de jongensschool uit die tijd zijn nog in bezit van Antoon. De school kreeg de naam Sint Irineüsschool, genoemd naar broeder Irineüs die veel betekende voor het instituut.
In 1930 waren de kloosters zelfvoorzienend. De broeders kochten een boerderijtje op dat grensde aan de schoolgebouwen, met daarbij de grond (nu sportvelden van Dosko), in totaal 6 ha. Er werd een tuin aangelegd met Lourdesgrot, Calvarieberg, heiligenbeelden en buxushagen. In 1923 hadden de broeders al zelf elektriciteit aangelegd in een eigen gebouwtje met dieselgenerator; in 1926 legde de gemeente Hertog een elektriciteitsnet aan.
Tussenbouw
Het woonhuis van de familie Van de Ven stond tussen de oude dwarsvleugel en het oude schoolgebouw in en werd in 1933 door de broeders erbij gekocht en door de firma Jacobs werd op die plek de zogenaamde tussenbouw gebouwd dat de beide schoolgebouwen met elkaar verbond. In het middendeel werden eetzalen, magazijn, keuken en spreekkamer gevestigd, en op de bovenverdieping een heuse kapel. Het is het deel waar nu de hoofdingang is, met de spitse ramen. Aan de achterzijde werd een buitengang gevormd die overkapt was, en waaronder men van het ene naar het andere gebouw kon lopen; in het middendeel was toen nog geen gang.
Op de plek waar nu het gebouw van gemeentewerken van Hertog staat werd in die tijd een gymlokaal gebouwd, een ontwerp in de stijl van de oude Amsterdamse School. Dat gebouw waar velen nog een herinnering aan hebben, is inmiddels verdwenen.
Aan de vleugel die dwars op de straat staat werd in 1939 een stuk aangebouwd met drie lokalen en een toren. Op het moment dat deze gereed kwam werd deze door de Duitsers ingenomen als kazerne…
Aula
Bij de broeders ontstond de gedachte dat in de omgeving wel behoefte was aan een middelbare school voor leerlingen uit de dorpen en daarom bouwde men rond 1950 de aula aan. Er kwam een mulo voor externen die deze ruimte gebruikten als eetzaal en speelzaal. Er was ook een podium in en kachels die brandden van Allerheiligen tot Pasen. In 1954 was er een grootscheepse verbouwing van een deel van het klooster en werd het torentje op het middendeel geplaatst. Alleen de buitenmuren bleven staan en binnenin werden gangen en lokalen, plafonds en verdiepingen opnieuw ingedeeld.
Achter het schoolgebouw was een grote speelplaats waar nu de parking is, en de korte stenen muur naast de automatische deur liep toen helemaal door naar het einde van de parking, en deze was voorzien van een hoog hekwerk om de voetballen van de leerlingen tegen te houden. Zestig jongens speelden met drie ballen in diverse teams tegelijk en de achterliggende tuin liep zo geen schade op…
De houten trappen tussen de verdiepingen werden later vervangen door de nieuwe marmeren trap, en er kwam een lift. Waar de kamertjes van de broeders waren op de derde verdieping is nu de EHBO gevestigd en de yogazalen. Op de tweede etage kwam een gang aan de kant met de ramen die uitzien op de binnentuin, er werden grotere ruimtes gemaakt. De ruimte van het Jeugdwerk was voorheen studiezaal. Op de benedenverdieping kwam een gang aan de straatkant, eetzalen zijn nu lokaal 1 en 2 en (spoel)keuken bleef die functie houden. De kapel werd Delasallezaal, de kelder herbergt de verwarmingsketel en is zelfs goedgekeurd als atoomkelder, wist Antoon van Tuijl te vertellen. Onder de systeemplafonds zitten nog de oude degelijke caissonplafonds op vele plekken. De zolder was toneelzaal en tekenlokaal; nu is het opslagplaats en magazijn voor het Jeugdwerk. De kelder van De Paeuw is er nog, werd koelcel in de tijd van de broeders met frigidaire die er nog steeds in staat. Waar nu de ruimtes van de muziekschool zijn waren kamers van de broeders. Er zijn er in Nederland nog vier over; de jongste is 90 jaar oud!
En daarmee besloot Antoon van Tuijl zijn bijzondere verhaal over het oude klooster aan de Pastoor de Katerstraat. In 1958, bij het gouden jubileum van de broeders van Delasalle in Baarle, werd het witstenen beeld gemaakt door Thieu Doesborg. Het siert nog steeds de benedengang van het cultuurcentrum, net als een aantal andere beelden en karakteristieke boogplafonds zijn bewaard in het huidige gebouw.
Vragen vanuit het publiek over de toekomst van dit gebouw werden door de wethouders Van de Laak, Adams en Van Tilborg beantwoord. Het auditorium in de tuin blijft behouden voor de muziekacademie, en in gebruik als het cultuurcentrum is verhuisd naar de nieuwbouw aan de Loswal. Dit gebouw komt te koop, maar de gemeentes hebben beslist dat het beeldbepalend deel, dus de dwarsvleugel en de bouw aan de voorzijde met de spitse ramen (tot en met de keuken en kapel) moet blijven staan, net als een aantal monumentale bomen in de binnentuin.
