JavaScript is disabled in your web browser or browser is too old to support JavaScript. Today almost all web pages contain JavaScript, a scripting programming language that runs on visitor's web browser. It makes web pages functional for specific purposes and if disabled for some reason, the content or the functionality of the web page can be limited or unavailable.

Kabouter Wiggelman en zijn vrouw Rapoel

Ergens aan de rand van het bos woonde kabouter Wiggelman.

Samen met zijn vrouw Rapoel woonden zij onder een boom in een mooie paddestoel.

Zij woonden daar zo vredig, zo vredig met elkaar.

Wiggelman, het kaboutermannetje deed alles voor zijn kleine vrouwtje. Hij zorgde goed voor haar.

Dan op een mooie voorjaarsmorgen in het groot kabouterbos.

Dat is waar het gebeurde. Daar lopen weleens vreemde kabouters los.

Toen kaboutervrouw Rapoel rustig lag te zonnen in haar tuintje voor haar paddestoel, stond daar plots een tuinkabouter met een schepje en een mand.

Hij zei: mag ik alsjeblieft wat eten?

Hij miste ook een duimpje van zijn handje aan zijn rechterkant.

Kaboutertje Rapoel kwam omhoog vanuit haar zonnestoel.

Ze zei: kom maar hier, klein zielig baasje.

Dan pak ik eerst een mooi wit gaasje,

voor jouw gehavend handje.

Daarna pak ik wat eten voor in jouw lege mandje.

Toen in de avond haar man was thuisgekomen,

vroeg het kaboutervrouwtje of het tuinkaboutertje bij hen mocht blijven wonen.

Natuurlijk, zei kabouter Wiggelman.

Dan maken wij er met ons drieën maar het beste van.

Dus leeft er voortaan vanaf die dag een kabouter meer in die mooie paddestoel,

van kabouter Wiggelman en zijn lieve vrouw Rapoel.

Hennie de Wijs