Op zaterdag 19 september begint de jaarlijkse Vredesweek. Dan regent het weer slogans zoals ´verbeter de wereld, begin bij jezelf´ en ´wie vrede heeft met zichzelf, straalt vrede uit´. Wij hadden destijds in Chaam onze eigen vredesslogans. “Akkederen begint bij oew eigen”, zei ma. “Agge mee oew eigen kunt akkederen, kunde ok mee ´n aander akkederen”, zei pa.

Door Berry van Oers

Voorrecht

We werden in Chaam met akkederen grootgebracht. Wat dat betreft was akkederen een gave, een voorrecht. “Unne mees mot kunnen akkederen”, zei pa. Akkederen is eigenlijk niet te vertalen in modern Nederlands. Het lijkt nog het meeste op overeenkomen en afstemmen. ‘Polderen’ zeggen ze tegenwoordig, maar akkederen is toch anders. “Ge mot er mee opgegruuid zijn”, zou pa zeggen.

Gevoel

Akkederen heeft te maken met vertrouwen, luisteren, gevoel, gunnen en bij elkaar horen. Tante Mie en Ome Sjef wisten goed wat akkederen betekende. Dat was al zo van het begin af aan. “Al d’n irste naacht akkedeerden we asof we al jaoren getrouwd waren”, verklapte Sjef. Mie kon dat beamen. “Mar nou akkederen we asof we al jaoren getrouwd zijn”, sneerde ze. “Ik gaoi biljerten”, zei Sjef dan.

Ballen

Tijdens het biljarten bij Neel aan de Gilzeweg ging het er hard aan toe. “Ik maok oew af”, zei Kees tegen Sjef. Hij riep ‘piqué’ en ‘massé’. Het spraakwater maakte meer los dan de ballen. Ze staken het toch altijd weer samen uit, want Kees kon niet alleen pikeren en masseren maar ook goed akkederen. “As ’t akkedeert, kunde veul van mekaoren velen”, zei Sjef. “Det wo ik mar zeggen”, zei Kees dan.

Dagelijks

Opa en oma hadden het destijds dagelijks over akkederen. Soms gingen de duivenmelkers bij hen in de stalkeuken te keer, vooral als de pastoor, de dokter en de wethouder aanschoven. “Ze akkederen nie!”, zei opa dan. Maar volgens oma was dat maar schijn. Wanneer Marcel en Betsie langs de beek wandelden zei oma: “Ze akkederen daver goed!” Toen de dorpen door de gemeentelijke herindeling bij elkaar gevoegd werden zeiden de duivenmelkers: “Det akkerdeert ommes nie!”

Horen

“Ge mot nie aaltij oew eigen gelijk wullen haolen, ok al hedde gelijk”, zei pa. Ook dat hoorde volgens hem bij akkederen. “Saomen deur ’n deur kunnen”, zei ma. Als het akkedeert binnen de fietsclub, de biljartclub, de toneelclub, het koor of de harmonie kom je vooruit en groeit er veel moois. Als het daar akkedeert hoor je dat aan het knarsen, het flotsen, de sketches, de liedjes en de marsen.

Afwezig

Er waren destijds ook families waar het niet akkedeerde. Er was er altijd wel eentje die het niet eens was met hoe de zaak thuis ‘uit mekaar’ was gedaan, voor of na het overlijden van pa en ma. Op familiefeestjes en begrafenissen waren zij, die niet akkedeerden, altijd afwezig. Daar werd dan door de naaste familie niet over gesproken, maar des te meer door de gasten. “Die komt al jaoren nie mir thuis naor ‘t schent”, fluisterden ze dan.

Hart

Wat we van pa en ma moesten leren, was altijd en overal akkederen. “Ben nie bang. Gao d’oewen eigen gang en heb nie teveul noten op oewen zang“, zei ma. Pa vertelde dat als je een kwaaie brief krijgt, je beter de volgende dag pas kunt antwoorden. Hij had gelijk. Het is beter te akkederen dan te balanceren op te slappe koorden. De scherpe randjes er van af. Akkederen is niet laf. Ma: “Tis de start van saomen leven, zoiets as nemen en geven, maar dan vanuit oew hart.”