Chamenaren wipten destijds bij elkaar naar binnen, zo maar even op een avondschofje. Vooraf een afspraak maken was niet nodig. Agenda’s gebruikten we niet en van datumprikkers, laat staan van smartphones met digitale kalenders, hadden we nog nooit gehoord. Chamenaren hadden op een avondschofje voor iedereen tijd.
Door Berry van Oers
Buurten
Het kwam altijd gelegen als je in Chaam op een avondschofje langs kwam. Niemand vroeg wat je kwam doen. Je pakte een stoel en schoof aan, ook als je niks kwam doen. “Pakt mar ’n hout”, zei pa dan. Gewoon even buurten. Dat hoefde je toen niet te organiseren en te subsidiëren. Trouwens, als je destijds niks deed, verveelde je jezelf niet.
‘Schofke’
Op een avondschofje kon veel. Veel meer dan je eigenlijk zou denken. “Duurt het lang”, vroegen we aan pa. “Mar ’n schofke”, zei hij en dan deden we het. Ma kon niet stil zitten, ook niet tijdens het avondschofje, want volgens pa waren ‘unne pèèrdentaand en ’n vrouwenhaand’ altijd in beweging. Wel deed ma het tijdens een avondschofje rustig aan zoals even gauw een wasje doen, een sigaretje roken bij Jan tegenover, een trui afbreien of nog snel wat zegeltjes plakken.
Schof
Een ‘schofje’ was zo voorbij. Maar als het langer duurde dan noemden Chamenaren het een ‘schof’. “Hij zit al een ‘schof’ bij d’n dokter”, klaagden ze dan in de wachtkamer. “Gij bent bedèème aon de beurt”, zei Riet dan ter geruststelling tegen Mie. “En ommes aas strak wel”, riep To. “Ik hoef er feilijk allèèn mar efkes naor te laoten kijken”, legde Mie uit.
Tussenin
Het avondschofje was van ons. Even thuis, even geen bazen, even geen meesters, maar het rijk helemaal alleen voor onszelf. Niemand kwam aan ons avondschofje. Dan deden we waar we zin in hadden, in de schuur, op de kamer of in d’n hof. Even hoefde er niets. We zagen achter in onze hof het licht langzaam uitgaan. De dag was voorbij en de nacht nog niet gekomen. Het avondschofje zat er tussenin.
Mondmuziek
Bij opa zaten we in de zomer op avondschofjes vaak buiten op de ‘werft’ bij de put. Ome Toon speelde binnen op het opkamertje ‘La Paloma’ op zijn Hohner-accordeon met het raam open. Koske van naast de beek en Han van Susse en Anna van Sjeffe van de overkant genoten dan mee. Wanneer Toon het beu was, blies hij altijd nog even op zijn mondmuziek het deuntje van ‘Sarie Marijs’. In de verte hoorde je iemand roepen of een hond blaffen.
Geroezemoes
Op een avondschofje wandelden we soms een rondje door het ‘Turp’. Zo na het eten in de schemering was het mysterieus stil op straat, alsof er elk moment wat kon losbarsten. Maar er gebeurde niets bijzonders. Af en toe reed er een auto langs. Op het paaltje voor de pastorie zat Kiske te roken omdat hij het thuis niet mocht. Vanachter een raam hield een kat ons in de gaten. In het café naast de kerk stond de deur open. Je hoorde het geroezemoes van de hangijzers, maar te zachtjes om te horen wat ze zeiden.
Keuzestress
We keken uit naar het avondschofje, ons dagelijkse rustpuntje. Tijdens het avondschofje overdachten we de voorbije dag. Inmiddels is ons avondschofje opgeslokt door van alles en nog wat en gaan we gebukt onder keuzestress. Zullen we ons Chaams avondschofje in ere herstellen?
