Veel bermen in Chaam zien er momenteel verdord uit, net zoals je dat altijd ’s zomers in het zuiden van Frankrijk ziet. Destijds was het in Chaam ook al wel eens heel lang droog. 'Brandend zand en nergens water', zong Gert Timmerman wanhopig. 'Pak mar unne komkommer', zei opa dan.

Door Berry van Oers

Hergebruik

Wanneer het destijds ook zo lang droog was, gebruikte oma het water meermaals. Het water waarin ze de ´errepels´, de ´labbonnen´ en de ‘peeën’ kookte liet ze afkoelen en gaf ze aan de kippen. Wat er nog over was van het kookvocht goot ze in dekseltjes van de ´peekoffie´ die ze in de hof zette voor de mussen. “As ze al nie van ´t dak gevallen zen en in de goot liggen te lellepoten”, zei oma dan.

Opvang

Bij lange droogte legde opa stro tussen zijn plantjes zodat de grond minder snel uitdroogde. Zolang er water in de put stond, putte hij daar water uit om zijn knol te laten drinken. Opa vertelde dat ze tijdens de grote droogte van 1921 paardenzeik opvingen om de planten te bewateren. Er waren er ook die bij droogte en hoge nood in de plaats van naar de wc naar de moestuin liepen. Opa kon zich die droogte van 1921 goed herinneren, want dat was het jaar dat hij met oma trouwde.

Slakken

Bij droogte bewaarde opa het waswater in emmers. Hij gebruikte dat water dan om de tomaten water te geven. Oma hield ook altijd een emmer met waswater achter en besprenkelde ´s avonds daarmee haar Afrikaantjes. Normaal trekken die een heel peloton slakken aan. “Mar daor hedde ommes nou mee die drogtes gin last van”, zei oma dan. Elk nadeel had toen ook al zijn voordeel.

Put

Bij lange droogte raakte de put bij opa op het erf leeg. In spanning wachtten we af wanneer de bodem in zicht kwam. We hoopten daar onze zakmessen aan te treffen die opa eerder van ons had afgenomen en in de put had gegooid zodat we er geen ´kwaad´ mee konden doen. Toen we dan eindelijk de bodem zagen troffen we van alles aan, behalve zakmessen. Opa had ze destijds stiekem in zijn eigen zak gestoken en in plaats daarvan een steentje in de put gegooid.

Hoop

Ma vertelde dat er in de Chaamse parochiekerk tijdens de grote droogte van 1959 werd gebeden om regen. “Bidden wij voor een milde regen”, bad pastoor Aarts dan voor. Na de mis deelden de Chamenaren hun zorgen om de droogte. “Gedeelde smart is halve smart”, zei ma wijs. ’s Avonds na het Rozenhoedje deden de Chamenaren het nog eens over: “Schenk ons de regen.” Ze kregen weliswaar geen hoogte van de droogte, maar wel hoop door vertrouwen. Er kwam altijd weer regen.

Flessen

Limonadeproducenten en bierbrouwers, maar ook melkboeren klaagden tijdens de grote droogte van 1976 over een tekort aan flessen. “Ze zen nie aon te slepen”, vertelden Jos en Kees tijdens het lossen. Ondanks de droogte zaten Chamenaren zelf niet op een droogje. Ze sloegen massaal bier, limonade en melk in. Het leeggoed lieten ze in de schuur staan. “Te werrem om weg te brengen”, zeiden ze.

Chamaven

Wanneer het lang droog was stepten we naar het Rondven. We zochten in de droge bodem naar uitgedroogde visjes voor in ons plakboek. Maar in de plaats daarvan troffen we skeletjes van vogeltjes aan. We stepten ook nog altijd even door naar het Zwartven. Daar vonden we ooit bruine glazen voorwerpen uit de oudheid. We dachten dat de Chamaven die daar achtergelaten hadden toen ze zich in het verre verleden langs de ‘Chaamse Kusten’ vestigden. Maar volgens pa waren het lege bierflesjes van hun nazaten.