Deze week zijn bij ons de scholen weer begonnen. Een aantal jonge Chamenaren ging voor de allereerste keer een schoollokaal binnen. Bepaalde momenten in je leven vergeet je nooit meer. Je eerste schooldag is zo’n memorabele gebeurtenis.
Door Berry van Oers
Voorbereiding
We werden al weken voorafgaand op de heuglijke eerste schooldag voorbereid. “Dan motte ´s merreges vurt vruug ut oew bed”, zei ma. Dat was geen prettig vooruitzicht, maar we moesten er aan geloven. “Ben blij da ge naor school meut, want nie alle kiendjes ut d’erreme laanden kunnen det”, zei ma dan. Zoals altijd had ze gelijk, maar we wisten niet beter en waren jaloers op die kindjes.
Mijlpaal
Toen de eerste schooldag dan eindelijk aanbrak maakte ma ons al vroeg wakker. Ze had een broek met galgjes en een overhemdje met een stropdasje klaargelegd. “Zoda ge gèèf naor school gaot”, zei ma. Snel een boterham eten, zonder korstjes en met chocoladeboter. Nog een Ligakoek voor onderweg. Daarna begon onze eerste reis naar school. Een simpel ritje, maar voor ons een mijlpaal.
Boenwas
Achter op de fiets bij ma ging de wereldreis vanaf ons huis aan de Ulicotenseweg via de Dorpsstraat naar de Gilzeweg. Daar bracht ma ons naast het Sint Jozefklooster naar binnen bij de kleuterschool, ook wel ´kakschool´ of ´papschool´ genoemd, maar volgens opa was het de ´bewaarschool´. Alvorens we voor de allereerste keer over de schooldrempel stapten passeerden we, via het poortje tussen de meisjesschool en de kleuterschool, het ‘koerke’. Daarna kwam je bij de klaslokalen. Het rook er naar boenwas. Op het schoolbord stond een krijttekening. Zelden zagen we zoiets moois.
Getroffen
Piet, Jan en Wim waren er al. “Wij zitten bij een nonneke in de klas”, zeiden ze trots. De vriendelijke eerwaarde zuster in habijt met kap noemde zichzelf ´soeur´ en woonde in het aangrenzende klooster. Frans, Marian en Gerard zaten bij juffrouw Corrie Jacobs in de klas. De juffrouw van onze klas heette juffrouw Frank Oprins. Ze kwam uit Gilze. “Klap eens in je handjes blij blij blij, op je boze bolletje allebei”, zong juffrouw Frank. “Daor hedde ’t daver wel mee getroffen”, zei ma.
Dropstaafjes
Juffrouw Frank verdeelde de plaatsen. Soms zaten we met vier Chaamse kindjes aan een tafeltje. Er waren er die een ‘brilleke’ droegen waarvan één glaasje afgeplakt was. Niet om piraatje te spelen, maar vanwege een lui oog. Het ‘meske’ tegenover ons trakteerde op dropstaafjes met een zoet kleurtje er omheen. Ze stiftte er haar lippen mee. Wij speelden met Dinky Toys en zij met wildebraspoppen.
Jozef
Juffrouw Frank deelde prikkers uit om plaatjes van papier op een stukje vilt mee uit te prikken. “Mooi op de lijntjes blijven”, zei juffrouw Frank dan. Aan de muur hing Sint Jozef, de patroonheilige van de gezinnen, die volgens opa ook goed kon timmeren. Opa maakte ons wijs dat wie op de kleuterschool in de broek plaste, een droge onderbroek van de zusters aan kreeg. “Dan kunde mee heel oew lijf in één pijp”, lulde opa. Met zo’n vooruitzicht waren we snel ´droog´.
Sleuteltje
We leerden allerlei gewoonten af en vervingen die door nieuwe. Wie linkshandig was probeerde of het ook rechts kon. In de plaats van onze ‘Chaomse Taol’ leerden we ‘freet’ praten. Pesters overdachten hun wangedrag in de hoek. Voordringers moesten voortaan op hun beurt wachten. Je kon alleen nog maar iets vragen wanneer je een vinger op stak. Babbelaars vergrendelden hun mond met een denkbeeldig sleuteltje: “Krik krak, mondje op slot!”
Raad
Zo werden we vanaf onze eerste schooldag klaargestoomd voor de toekomst. Af en toe denken we nog wel eens terug aan die eerste schooldag op de kleuterschool naast het klooster aan de Gilzeweg. Soms werkt de wijze raad van juffrouw Frank ook nu nog steeds. Wanneer het dan weer eens ‘spannend’ is wachten we op onze beurt, steken onze vinger op en draaien het sleuteltje om.
