“We gaon naor Rundhausen”, zei pa als we vroegen waar we in de grote vakantie naar toe gingen. Dan scharrelden we elke dag rond ons huis. In de grote vakantie trokken we er ook wel eens op uit. Dan daalden we af van d’n Berg en maakten we vakantietripjes naar Snijders, De Heikant, Grazen, De Rette, Het Broek, De Door en Het Schaan.
Door Berry van Oers
Snijders
Achter op de fiets bij ma reden we in de grote vakantie via het ‘Elsakkerpadje’ naar tante Trien op Snijders. Ze woonde daar met ome Minus aan de Zandstraat. Tante Trien zette altijd meteen een potje thee, want ze wist dat we van ver kwamen. ‘Vukaassiegangers’, noemde ze ons. Op Snijders woonden wel meer mensen die ma kende, waaronder Naantje. Ze gaf ons een ‘kiesje errebeesjes’ mee. “Veur d’n dokter”, zei Naantje dan. Die woonde schuin tegenover ons op d’n Berg.
De Heikant
Via de Kerkdreef fietsten we over ‘Den Hengst’ naar tante Lien, ome Jaon en ome Hein op De Heikant. “Naor opa Haaikaant”, zei ma. Op zijn 90-ste verjaardag had ze voor hem ‘Opa is jarig’ op de wijs van ‘Daar bij die molen’ gezongen. Ma zong dat lied daarna nog vaak. Van ome Hein mochten we zijn konijnen aaien in het hok achter de schuur. Tenminste als Hein thuis was, want hij kuierde geregeld naar Net in de Dorpsstraat om een doosje Agio te kopen. “Mee z’n geròòk”, zei ome Jaon dan. Soms gaf tante Lien eieren mee. “Die meude nie te veul eten van d’n dokter”, vertelde ma. Maar Lien sputterde: “Oòze Jaon it al ze leven lang elleken dag ’n aai.” Jaon en Hein overleden op gezegende leeftijden. Lien tikte zevenennegentig jaar aan toen ze ging.
Grazen
In de grote vakantie stopten we eens bij Kees op Grazen. Hij woonde daar met zijn zussen in de ouderlijke boerderij. Hun uitnodiging om binnen te komen was een voorrecht. Bij Kees en zijn zussen was de tijd stil blijven staan. Uit de put op het erf putten we water met de putemmer waar een lange stok aan zat. “Nie te wijd bukken”, waarschuwde Trees dan. Kees demonstreerde de ‘vlagzeissie’ bij het schoonmaken van het ‘mozzegootje’. Tegen de avond gingen de zussen de koeien melken. Ze hingen de melkbussen weerskanten van de fiets. Dan lieten ze het breed hangen.
De Door
Wanneer we in de grote vakantie via het ‘kapelleke’ naar Kees op Grazen fietsten, kwamen we langs De Door. Opa was op De Door geboren. Zijn vader, de ouwe Peer, had de boerderij op het einde van de Kleistraat in 1884 gekocht en was daar vanuit Meerle naar toe verhuisd. Opa vertelde hoe ze daar met z’n allen buiten op zwoele zomeravonden luisterden naar de verhalen van zijn vader over de ‘Reus van de Door’ die met slechts één vinger het water in de Chaamsche Beek kon stoppen.
De Rette
Toen we aankwamen op De Rette bracht Koske ons naar de ‘Kruisvijver’ een eindje verderop. Het spookte daar. Het stond er vol met mysterieuze bomen, soms wel met drie stammen. Er was een boom met een angstaanjagend gezicht. “As twee druppels waoter”, sneerde Koske toen we er naast stonden. Er zweefden geesten boven het water. We bouwden een hut in de bomen om ze op heterdaad te betrappen. Dat lukte, maar niemand geloofde ons. Wij wisten wel beter.
Het Broek
Op een keer fietsten we in de grote vakantie met opa via Kalishoek naar Het Broek. Hij had daar een paar weilanden liggen. We vingen stekelbaarsjes in de Broeksche Beek, terwijl opa in de wei likstenen voor de koeien ophing. “Deur er aon te lekken blijven ze gezond”, legde hij uit. Dat wilden wij ook wel. Toen de koeien uitgelikt waren, likten wij er ook even aan. Daarna nooit meer.
Het Schaan
Bij opa in de schuur op de bovenbalk lagen koeienhoorntjes. Die hadden ze ‘verwijderd’ van de jonge koeien. “Dan kunnen ze mekaoren gin zeer doen”, legde opa uit. Koske sneed zijn voetbal dwars doormidden en lijmde op elke helft twee hoorntjes. De volgende dag fietsten we, met onze ‘helmen’ op, naar Het Schaan en trokken op de ‘Klaroeskavijver’ ten strijde tegen de Vikingen. Dat waren nog eens grote vakanties!
