Je ziet tegenwoordig steeds meer fietsers een helm dragen. Destijds droeg niemand in Chaam een helm op de fiets, trouwens ook niet op de brommer. De enige helm die wij bij ons thuis hadden was een oude soldatenhelm die dienst deed als voederbakje voor onze krielkipjes. Toen de helmplicht voor brommers kwam haakte ma af. “Vuste strak op munnen kop”, zei ze. Ma hield van vrijheid.
Door Berry van Oers
Vrijheid
Het gevoel van vrijheid, veroorzaakt door wapperende haren, werden we voor het eerst gewaar toen we van ome Jan zijn oude brommer kregen. Hij had die ooit gekocht bij Bluekens. Het was een grijze Sparta MA50 uit 1958, ook wel verpleegstersbrommer genoemd. We trokken er dan op uit voor een ‘toerke’, meestal binnendoor, want we waren nog lang geen zestien jaar.
Helmhaar
Op 1 februari 1975 werd de helmplicht voor bromfietsen ingevoerd. Vanaf toen liet ma haar Batavetje staan en reed op dinsdag voortaan per fiets naar de ‘Baolse Mart’. Ook Annie deed haar Mobyletje aan de kant. “Ik gaoi ommes nie mee zo’n stom ding op munne kop naor school”, legde ze uit. Ook toen er modieuze helmen gelanceerd werden met geruite motiefjes, zonneklepje en bijpassend kinbandje, was Annie niet over te halen. “Daor krijde helmhaor van”, zei ze.
Potjeshelm
Ondanks de helmplicht waren er destijds klasgenoten die toch zonder helm op hun Yamaha, Batavus, Kreidler, Zündapp, Tomos of Puch bleven rondrijden. “Ze worschouwen ommes irst allèèn mar”, volgens Girtje. Het gedogen kwam omdat brommerhelmen bij de invoering van de helmplicht in een mum van tijd waren uitverkocht. Toen de politie de controle opvoerde, moest ook Girtje er aan geloven. Hij kocht een knaloranje potjeshelm van kunststof met daaronder piepschuim.
Vissenkom
Peter had een bolstaand schermpje aangeschaft. Het leek op een vissenkom die je met drukknopjes op de helm kon vastmaken. Dan kreeg je geen wind in je gezicht, maar wie rookte reed in de mist. Sjaak stal de show toen hij met een integraalhelm het schoolplein op scheurde, in de hoop dat Annie zou ‘happen’. “Gekocht bij Schietecat in de Korte Boschstraot”, zei Sjaak trots. Met zijn integraalhelm leek Sjaak op motorcoureur Boet van Dulmen, hoewel zijn Batavus met de wind mee amper veertig kilometer aantikte. “Daor rijdt d’n Boet”, riepen we dan kattend.
Ontheffing
Er waren er bij ons op school die geen passende helm konden vinden. Daarom kregen bedrijven in die tijd subsidie om helmen te maken voor brommerrijders met grote hoofden. Rob haalde een briefje op het politiebureau waarop stond dat hij ontheffing had om geen helm op zijn brommer te hoeven dragen totdat er grote maten op de markt kwamen. Wanneer hij voorbij scheurde lachte hij altijd om ons jaloers te maken. “Dikkop”, foeterde d’n Boet dan.
Helderziend
In die tijd kwam Sjat wel eens bij ons over de vloer. Hij had bij pa op de pannenfabriek gewerkt. Sjat was helderziend, beweerde pa. Dat kwam omdat Sjat volgens pa met ‘de helm op’ geboren was. Hij werd overal voor ingeschakeld, zoals voor het vinden van zoekgeraakte trouwringen en voor de voetbaltoto. Ook wist Sjat elk jaar precies wie de ‘Acht van Chaam’ ging winnen. “Gin kunst”, zei Teke.
Trui
“Waor motte zonnen helm laoten agge mee d’n brommer gaot wienkelen”, vroeg Nel zich af. Fons vertelde haar dat hij de helm dan altijd onder zijn trui deed. “Hedde gij oewen helm ok onder oew trui gestopt”, vroeg Nel aan Koske die net de Végé uitkwam. “Ik ben mee de fiets!”, zei Koske.
