De gemeente Alphen-Chaam onderzoekt momenteel beschermde diersoorten waaronder huismussen. Wij hadden destijds zo’n onderzoek niet nodig. Het stikte toen van de mussen in Chaam, zowel huis- als ringmussen. Gras- en heggenmussen waren er ook, maar volgens opa waren dat geen echte mussen, laat staan dassenmussen. We groeiden op met mussen. Overal kwamen we ze tegen.
Berry van Oers
Gezelligheid
Mussen maakten deel uit van ons dagelijkse leven. Al die mussen rond en op het huis zorgden voor gezelligheid als ze vrolijk aan het tjilpen waren en elkaar speels achterna zaten. We konden er uren naar kijken. Het gaf iets vertrouwds, iets huiselijks. Mussen waren er altijd. Van lieverlee zagen we er steeds minder bij het slinken van het aantal nestplaatsen en de voorraad insecten voor hun baby’s.
Metafoor
We gebruikten mussen al een metafoor. Bij warm weer vielen ze van het dak. Tante Riet die de hele dag binnen zat noemden we een huismus en Sjan die liever in de stad woonde was een stadsmus. Toen ome Jos iets moois werd beloofd, maar wat tegen viel, hadden ze hem blij gemaakt met een dode mus. Ome Tinus nam het zekere voor het onzekere: “Ge kunt daver beter ’n mus in oew haand hebben dan ’n kraai op oew dak.”
Marketing
Brouwerij de ‘Avondster’ zette mussen handig in voor marketingdoeleinden. Tijdens de ‘Vlaamsche Kermis’ op zaterdag en zondag 19 en 20 september 1925 in Bellevue prees brouwerszoon Geert het ‘Dubbel Gerstenbier’ aan met de slogan: “Bedenk, de Avondster die brouwt niet voor de musschen. Bedenk, maar niet te lang en drink ‘ns ondertusschen.” Vele Chamenaren volgden zijn raad op.
‘Lellepoten’
Opa vertelde dat er vroeger op mussen werd gejaagd omdat ze graan en fruit aanvraten. Wie destijds mussen omlegde werd er voor beloond. De kinderen plaatsten dan een stokje aan een touwtje onder een zwaar houten schot waaronder ze wat broodkruimeltjes legden. Wanneer er genoeg mussen aan het eten waren, trokken ze het stokje met het touwtje wreed weg. Zo maakten ze in één klap een groot aantal mussen af. “Sommigen bleven nog effen nao lellepoten”, legde opa beeldend uit.
Bijgeloof
Ome Tinus sprak altijd denigrerend over mussen. “Het zen ommes mar mussen”, zei hij dan. Heel zijn boerderijtje zat er vol mee. De mussen maakten nestjes onder zijn dakpannen. We mochten ze van ome Tinus niet storen tijdens het broeden. Hij geloofde dat, als de mussen hun nest verlieten en vertrokken, hij dan binnenkort met tegenslag te maken kreeg. Volgens pa was dat allemaal bijgeloof. “Mar ge wit mar nooit”, zei Tinus dan.
‘Nodderraand’
Mie die aan het zandpaadje achter het optrekje van ome Tinus woonde, vertelde dat op een keer bij haar oom thuis een mus door het open raam naar binnen was gevlogen en dwars door de woonkamer vloog. Een paar weken later was die oom gestorven. Mie geloofde niet dat dit iets te maken had met die mus. “Mar ge wit mar nooit”, zei Mie ‘nodderraand’.
Tik
Ze maten in Chaam met twee maten. “Roodborstje tikt tegen het raam tin tin tin”, leerde juffrouw Frank ons zingen op de kleuterschool aan de Gilzeweg. Een roodborstje dat tegen het raam tikte bracht geluk. Maar wanneer een mus met zijn snaveltje vriendelijk tegen het raam tikte was dat een aankondiging dat er binnenkort iemand zou overlijden. Nu zijn er heel wat minder mussen in Chaam dan destijds. Vind je het gek?!
