De zomervakantie begint. Het hele jaar lang keken we er naar uit. Dat was wat anders dan de herfst-, kerst- en paasvakantie. Die waren zo om, maar de zomervakantie was lang. Zes weken aan een stuk hadden we niks anders te doen dan te niksen.
Door Berry van Oers
Gewoon
In de zomervakantie hoefden we niks te doen. Daarom was niks doen geen verloren tijd. Iedereen vond het okéo wanneer we zaten te niksen. Trouwens, niks doen was vaak de oplossing. We verveelden onszelf in Chaam niet als we niks deden. In de zomervakantie zaten we vaak lekker met z’n allen te niksen in het gras. Toen was niksen nog heel gewoon.
Turen
Soms was pa in de zomervakantie nog tot laat in de avond op de akker. “Gaot toch ‘ns kijken waor dat ie bleft”, zei ma dan ongerust. In de schemering betrapten we pa, zittend op een oude veilingkist, turend over de ‘Den Hengst’ aan de Kerkdreef. Hij zat daar waarschijnlijk al een tijdje zo te niksen. “Waor kekte hennen”, vroegen we. “Naor niks!”, zei pa en stapte op zijn ‘Fongers’ en reed mee terug.
Sansevieria’s
Wanneer de zomervakantie in aantocht was, knipte ma de pijpen van onze oude lange broeken af. Ma hield niet van niksen. Ze was altijd bezig voor ons. Daarom hoefden wij niks te doen. In de zomervakantie ging ma soms wel eens even in d’n hof zitten. “Efkes van ’t zonneke genieten”, zei ze. Maar de natuur greep automatisch in en dan was ze meestal snel vertrokken. Wanneer ma wakker schoot riep ze: “Veurdorie, ik heb nog gin klap gedaon en ik mot de sansevieria’s nog waoter geven!”
'Bietutjes'
Ome Jaonus fietste in de zomervakantie vaak door de Chaamse bossen en stopte meestal bij het eerste bankje dat vrij was om daar even te niksen. Hij keek naar de ‘bietutjes’ en knikte tegen de Chamenaren die voorbij fietsten. Wanneer zo’n dorpsgenoot afstapte en naast Jaonus op het bankje ging zitten, fietste hij door. “Ik mot nog wa doen”, jokte Jaonus dan.
Tafelkleed
Urenlang lagen we te niksen op het oude tafelkleed op het grasveld achter het huis. Bij heet weer zaten we de hele middag buiten in het zinken wasteiltje. Mieke van de buren draaide plaatjes over ‘Ramona’ en ‘Cimeroni’. Zusje kleurde plaatjes in haar ‘Okki Vakantieboek’. Dat viel allemaal onder niksen. Tussendoor keken we naar de hakkelende pareldieven ‘Snuf en Snuitje’, terwijl Joosje onze stoep vol schreef met krijt. “Hedde niks aanders te doen”, riep ma dan.
'Labbonen'
Omdat we niks te doen hadden, niks hoefden te doen en er niks te doen was waren we op onszelf aangewezen. Dan kwamen de beste ideeën naar boven. Onder het niksen lieten we onze gedachten de vrije loop en genoten we van alles rondom ons heen. We zagen de schoonheid van de bloeiende 'labbonen' in onze hof. We volgden de mussen die elkaar op het dak achterna zaten en kwamen er achter dat ze allemaal verschillend waren. We roken hoe lekker de rozen en Roosje roken.
Opgeslokt
We waren blij met niks. We deden niks, zodat we er zelf op vooruit gingen. “Agge niks doet, veraanderde oew eigen en daormee de wèèreld”, zei pa wijs. Inmiddels worden zomervakanties opgeslokt door het plannen van vakanties, uitstapjes, afspraakjes, klusjes, vakantiebaantjes, piepjes van mobieltjes, barbecues en suppen. Zullen we deze zomervakantie net als toen weer eens gewoon lekker gaan niksen?
