Vorige week regende het ´s nachts vallende sterren. We bleven wakker om niets van die mooie sterrenregen te hoeven missen, net zoals destijds toen er ook vallende sterren boven Chaam te zien waren. Dan lagen we de hele nacht buiten in d’n hof op onze rug.

Door Berry van Oers

Opnieuw

Achter bij opa in het zandweggetje woonde Mie. Ze keek vaak naar de sterren. “Vunnaacht is er wir intje geboren”, zei Mie wanneer ze een vallende ster had gezien. Mie vertelde ons dat zo’n vallende ster een ziel is van iemand die was overleden en die in een baby opnieuw wordt geboren. Een soort reïncarnatie dus. Maar daar had Mie nog nooit van gehoord.

Wens

Bij het zien van zo´n vallende ster mochten we een wens doen. Een vallende ster was er maar heel even. Je moest daarom snel zijn met je wens. Geen getreuzel. Het ‘moment suprême’ was zo voorbij en dan was je te laat. We mochten maar één wens doen. “Dan wens ik da ik net zoveul maag wensen as da ik wul”, zei ome Tinus. Maar volgens Mie was dat de enige wens die je niet mocht wensen.

Leven

Mie vergeleek haar leven met een vallende ster. “Net zoals wij er ok mar efkes zen”, zei Mie terugkijkend op haar mooie leven dat zo rap voorbij gevlogen was. Kijkende naar de sterren verloor Chaam zijn sterallures en wij de onze. Zodra je een vallende ster ziet moet je meteen je wens doen en niet wachten. “Zo is ’t ok mee oew eigen”, zei Mie. Als je graag iets wilt doen, moet je het nu doen want je leven kan morgen al voorbij zijn.

Geheim

Mie vertelde dat je aan niemand mocht vertellen wat je gewenst had wanneer er een vallende ster langs de nachtelijke hemel voorbij kwam. Je moest je wens strikt geheim houden. “Aas komt oewen wens ommes nie uit”, zei Mie. “Had det mar idder gezeet”, dacht Tinus. Hij besloot het er maar op te wagen. Maar Mie had gelijk. Marian trouwde met een ander. Tinus bleef vrijgezel.

Pluisjes

Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Opa maakte Tinus op het juiste moment wakker voor de volgende vallende sterrenregen. “Daor valt er intje”, riep opa. “Awir te laot,” zei Tinus. Wanneer hij wilde wensen blies hij daarom voortaan in één keer alle pluisjes van een ‘piesblom’ af. “Det werkt ommes ok en dan hedde meer tijd om te wensen”, legde Tinus buitenadem uit.

Wensput

Jan deed zijn jaarlijkse wens altijd nadat hij in één keer alle kaarsjes op zijn verjaardagstaart had uitgeblazen. Ook Christ wachtte nooit op vallende sterren. Bij hem op het erf stond een wensput. Hij gooide over zijn schouder daar een gulden in. Was het kop dan kwam zijn wens uit. Bij munt had hij pech. Spannend, omdat de bodem niet te zien was. “Het werkt ok agge in ene keer unnen appel kunt afschellen”, zei Jan. “Of agge tussen twee wefkes zit”, wist Tinus. “Of tussen twee hirkes”, riep Marian.

´Totaals´

Al weken van tevoren vertelde Chriet Titulaer op de televisie over de komende vallende sterren. Door zijn uitleg keken we allemaal vol van verwachting uit naar de wonderbaarlijke sterrenregen. Zo in augustus in de zwoele zomernacht buiten in d’n hof op je rug vanuit een Chaamse invalshoek naar de sterren kijken in afwachting van het moment dat ze gingen vallen, had iets ‘totaals’. “Det kunde nie uitleggen, mar motte gewaor worren”, zou Mie gezegd hebben.