Het heeft maar weinig gescheeld of Castelre was Belgisch grondgebied geworden. Meerdere keren zelfs had Johan Coertjens, onze gids voor Amalia’s zomeravondwandeling van juli door de Schootsenhoek, uitgezocht. En had Snoeys in 1896 een andere naam voor zijn café ‘In Holland’ moeten verzinnen.
Het was een korte wandeling, met een dertigtal wandelaars. Een wandeling doorspekt met jaartallen en heemkundige feiten. “Niet om allemaal te onthouden”, had Johan gelukkig al bij het begin van de wandeling verzekerd. Zo kregen we veel te horen en te zien, zaken waar we voor de wandeling echt geen weet van hadden.
In 1789 wilde men Castelre en Ulicoten bij de Oostenrijkse Nederlanden voegen in ruil van de Belgische enclaves van Baarle-Hertog. Dat voorstel lag in 1892 opnieuw op tafel. Beide keren ging de ruil niet door, de eerste keer omdat Oostenrijk door Frankrijk werd verslagen en de Oostenrijkse Nederlanden worden ingelijfd in de Franse republiek (1794). Een eeuw later werd het voorstel onder druk van de regionale volksvertegenwoordigers door het Belgisch parlement verworpen. In de vijftien jaar dat de beide Baarles tot één natie behoorden maakten de provincies Antwerpen en Noord-Brabant plannen voor een ruil: Casterle bij Minderhout, maar Antwerpen eiste ook Baarle-Nassau als compensatie voor het afstaan van Luyksgestel. De Belgische opstand (1830) zette de onderhandelingen on hold. Bewoners van Castelre zouden wel voor de ruil te porren zijn geweest!
Over een kleine spie land is men het in 1842, nog voordat de grens in het Traktaat is vastgelegd, wel eens kunnen worden. Het gaat om de spie land waar nu het WOI-douanehuisje staat, vlakbij de kruising van Bosuil en Beukendreef. De eerdere grens is trouwens nog steeds goed te volgen: een bomenrij die van achter café In Holland schuin naar de Oude Hoogstratensebaan loopt. De gemeente Wortel heeft enkele maanden later, op 4 februari 1843, een aanvraag gedaan bij de provinciale overheid om een aantal mastbomen op het aan Holland afgegeven stuk land te mogen verkopen. Zelfs beide nationale overheden schijnen zich nog over die aanvraag te hebben gebogen.
Handwijzer
Op die kruising kregen we van Johan een kaart in handen gedrukt, een kaart uit 1842 waarop het voorstel voor de grondruil stond aangegeven, een kaart met enkel Franse benamingen als terre laborée, briqueterie en sapins (voor de mastbomen). Op één na dan: ‘handwijzer’. Dat woord geeft eens en te meer aan dat oude handelswegen door het Brabantse land elkaar op deze plek kruisten: van Antwerpen over Hoogstraten en Baarle-Nassau naar Den Bosch en van Turnhout naar Breda. Misschien een idee voor Amalia om samen met Erfgoed Hoogstraten een handwijzer terug te plaatsen met afstanden in ‘uren gaans’ erop, opperde Johan.
Niet verwonderlijk dat vlakbij de kruising een afspanning stond, het Pannenhuis. Reizigers konden zich hier verfrissen, rusten en iets nuttigen. Postillons uit Baarle en Hoogstraten wisselden hier hun brieven en pakjes om. De glorietijd van de afspanning was voorbij toen in 1813 de weg Antwerpen-Breda werd geopend. De afspanning werd een herberg zonder logies. Uit reisbeschrijvingen weten we dat rond 1890 het Pannenhuis druk bezocht werd door wandelaars uit Hoogstraten en Wortel. De uitbating van de herberg is definitief gestopt in 1920. Gelukkig voor ons had in 1896 Snoeys zijn café geopend. Het Pannenhuis is nu in gebruik als woonhuis.
Tegenover het Pannenhuis stond tot in de tweede helft van negentiende eeuw een steenoven (briqueterie). Die werd al vermeld in 1544. Er is nogal wat klei afgegraven en dat zie je aan de laagten die ’s winters vaak onder water staan.
Iets verderop richting Baarle stond een ‘nieuwe galg’ van Hoogstraten, in 1715 zijn er vijf booswichten opgehangen. De veldnamen ‘Cleijn en Groot Galgeven’ herinneren er nog aan. Galgen stonden altijd langs drukke banen, ter afschrikking, een bewijs dat er vroeger veel volk tussen Hoogstraten en Baarle reisde.
Kijkend naar de plek waar de galg tot rond 1850 heeft gestaan, maakte Johan ons attent op een vreemde perceelsgrens: enkele bomenrijen met haakse hoeken en een rare uitstulping. Die uitstulping was vroeger een bastion, de bomenrijen vormden een verdedigingslinie. Zeer waarschijnlijk heeft het Bastion een rol gespeeld in de Slag om Hoogstraten (1814), maar het is ook bekend dat Spinola zijn aanvoerwegen liet beveiligen tijdens de belegering van Breda (1624-1625). Het waren onveilige tijden voor reizigers in de verlatenheid van eeuwen terug, dus het is heel goed mogelijk dat het Bastion een rol heeft gespeeld bij de beveiliging van de handelsroute langs Baarle. De Vlaamse Landmaatschappij heeft er wel oren naar om op verzoek van Amalia het Bastion vanaf de Oude Hoogstratensebaan toegankelijk te maken in de ruilverkaveling. Dat zou wel heel mooi zijn.
Zwarte Kolonie
Na al deze verhalen waren we nog maar enkele honderden meters gevorderd. Wie had dat gedacht bij het begin van de wandeling dat er zoveel te vertellen viel over deze uithoek van Baarle-Nassau.
Weer iets verderop richting Baarle begon Johan te vertellen over een beruchte familie die op de Castelreesche Heide woonden, ‘de beiren van Castel’. De familie maakte duchtig gebruik van de grenssituatie, ze hopten regelmatig over de grens om te stropen, hout te jatten en andere deugnieterijen. Heel wat veroordelingen had Johan uit de kranten weten te halen. In de Gazet van Gent uit 1886 werd vermeld dat ‘de broers Schuurmans in eene hut op Hollandsch wonen en bekend staan als zeer stoute en gevaarlijke wildstropers. In die streek noemt men ze de Beren’.
Johan kwam op woensdagmiddag vaak met zijn vriendjes in het bos van de Schootsen Hoek spelen, hij woonde toen in Wortel. “Meestal cowboy en indiaan. Hadden we het toen geweten van de familie Schuurmans, hadden we wellicht ‘boswachters en beiren’ gespeeld”, in het bos dat tot Johans verrassing ook wel de Zwarte Kolonie wordt genoemd. Het ligt op Nederlands grondgebied, maar was eigendom van de Belgische Staat en nu van het Vlaams Gewest. Ook nu nog levert de grens bijzondere situaties op.
