Ze kennen elkaar van St. Ambrosius Alphen en omgeving en brachten samen een bijna vergeten ambacht weer tot leven: het vlechten van bijenkorven. Staf Mathyssen leerde zelf het vak zo’n vijftig jaar geleden van Huub Weterings in Rijen. Toen Eline van Gorp, die bezig is met het opzetten van een voedselbos in Alphen, hem vorig jaar vroeg of hij haar het vlechten wilde leren, hoefde Staf niet lang na te denken. Bij Eline thuis gingen ze aan de slag. Ook dit jaar kwamen ze weer zo’n tien avonden bij elkaar. De reeks werd feestelijk afgesloten bij Bij Ons Boerderijterras, waar ook Ons Weekblad welkom was.
Door: Claudi Olieslagers
Bij binnenkomst zie ik korven, manden en zelfs een gevlochten bij. Voor iedere deelnemer ligt er een diploma klaar, met zorg gemaakt door Staf. Hij overhandigt mij een uitgebreide uitleg op papier, want over het vlechten – of beter gezegd: het spiraalvlechten – valt veel te vertellen.
Er wordt gewerkt met roggestro of buntgras (pijpenstrootje). Het is puur handwerk. Een bundel stro wordt ononderbroken spiraalsgewijs op elkaar gelegd en met een vlechtband vastgezet. Er zijn dus altijd twee materialen in het spel: de bundel die wordt opgebouwd en de vlechtband waarmee alles wordt samengebonden.
Iedere deelnemer kreeg bovendien een door Staf zelfgemaakte priem. Eén van de dames heeft haar mand nog niet helemaal af en voor ik het weet krijg ik het werkstuk – inclusief priem – in mijn handen gedrukt. “Het lijkt wel breien,” lach ik. Insteken, doorhalen, aantrekken en weer verder. Met de priem kom ik redelijk makkelijk door het roggestro heen. Het opnieuw beginnen van een bundel en het netjes aansluiten van de vlechtband blijken de grootste uitdagingen.
Maar als ik rondkijk naar de resultaten, zie ik vooral vakwerk. Duidelijk is: Staf is een geduldige leermeester en zijn cursisten hebben er zichtbaar plezier in.
De manden worden gebruikt als schepkorven om bijenzwermen te vangen. Ik leer dat je er zelfs een citroenplant in kunt zetten om bijen aan te trekken. Roggestro is tegenwoordig schaars en moet met de pik of zicht worden geoogst. Gelukkig heeft Staf op de Boerendag in Alphen nog voldoende stro kunnen regelen van de vlegeldorsers uit Rijsberegen. Het kreeg een plekje op de zolder bij Eline.
Het gesprek gaat al snel over in bijen en honing. Met het mooie weer merk ik zelf dat mijn hooikoorts weer opspeelt. “Dan is honing een goed medicijn,” vertelt Staf overtuigd. Maar, waarschuwt hij, niet in hete thee. “Het kokende water maakt de werkzame stoffen kapot.” Iedere dag een lepeltje honing voor het slapengaan, daar zweert hij bij. En dan wel échte honing van een imker uit de buurt – geen ‘sjoemelhoning’ uit de supermarkt, zegt hij streng. Die bevat volgens hem te veel water en mist de puurheid van ambachtelijke honing.
Staf vertelt verder dat een bijenvolk ook aandacht nodig heeft. Je moet kijken of het goed met ze gaat, of er genoeg voedsel is en of de koningin haar werk doet. Op mijn vraag of hij dat altijd in een imkerpak doet, lacht hij me nog net niet uit. “Een steek van een bij kan geen kwaad,” zegt hij schouderophalend. “Daar krijg je ook antistoffen van.”Het typeert hem: nuchter, betrokken en met zichtbaar respect voor zijn zoemende medewerkers.
Ook hoor ik verhalen van vroeger. Een deelnemer vertelt dat mijn opa op de Veldbraak heel veel bijen had. Als er een zwerm afkwam, mocht iedereen die gaan scheppen. Wie de zwerm als eerste vond, hing er een rode zakdoek bij. Dan was die voor jou.
Tegenwoordig hebben bijen het moeilijker. Denk aan de opmars van de Aziatische hoornaar. Toch zijn bijen onmisbaar voor onze natuur en voedselvoorziening. Ze zijn bovendien slimmer dan we vaak denken en vliegen meestal niet verder dan drie kilometer van hun kast om nectar te verzamelen.
Welkom in de Bijenhal
Wie meer wil weten over bijen of een potje heerlijke, lokale honing wil kopen, is welkom in de Bijehal in Alphen (Zandstraat 27, net voor u het bos inrijdt). De leden van St. Ambrosius staan daar klaar op maandag van 18.00 tot 20.00 uur en op donderdag van 13.00 tot 16.00 uur om u alles te vertellen over de bijen en hun honing en wat er bij komt kijken.
Heeft u een zwerm zoemende beestjes in de tuin en weet u niet wat het precies is? Ook dan kunt u contact opnemen met de bijenhoudersvereniging. www.bijenalphen.nl
