Volgend jaar begint Sovon Vogelonderzoek met een nieuw atlasproject. Velen van ons zullen de dikke en zware vogelatlas uit 2018 in de kast hebben staan. Een deel van ons heeft, door vogeltellingen uit te voeren, ook meegewerkt aan de totstandkoming van het boek. Omdat de vogelwereld, net als de rest van onze omgeving, voortdurend veranderd, komt er nu een nieuwe inspanning om in kaart te brengen waar welke vogels broeden, overwinteren of doortrekken, en met hoeveel ze dat doen. Ikzelf heb twee keer systematisch meegewerkt aan een atlasproject en ben van plan dat ook nu weer te gaan doen.
Dat systematische vond ik een van de interessantste dingen van het hele project. Er wordt verwacht dat je niet zomaar je vogelrondje loopt en je waarnemingen doorgeeft, maar dat je in een bepaald atlasblok (een ‘uurhok’) van vijf bij vijf kilometer een zo betrouwbaar mogelijk beeld van het voorkomen van de vogels geeft. De bedoeling is dat je dan niet lang blijft hangen bij dat ene bosje of watertje waar je altijd veel vogels ziet, maar dat je ook de saaiere delen bezoekt. Binnen dat atlasblok word je bovendien geacht om een vast grid van acht kilometerhokken nader te onderzoeken met vaste tellingen van een bepaalde tijdsduur. Het gaat nu wat te ver om de precieze details van de tellingen te bespreken, maar je kunt je voorstellen dat dat wel een soort keurslijf is. En daar moet je tegen kunnen, of er zelfs van gaan houden. En zonder daarmee een bepaalde diagnose van mijn geestesgesteldheid te willen uitlokken, kan ik zeggen dat ik tot die laatste categorie behoor. Ik hou wel van die strakke methodiek. Dat komt deels door mijn fascinatie voor monitoring en statistische analyse (beroepsdeformatie), maar er zit ook een avontuurlijker kantje aan.
Die vaste plekken waar je ‘moet’ gaan tellen zijn namelijk soms plekken waar je anders niet naartoe zou gaan: ze zijn voor jou onbekend terrein. Misschien komt dat omdat je dacht dat ze niet interessant zijn en je er geen bijzondere vogels verwacht, of misschien was je er uit gewoonte nog nooit geweest. Uit ervaring kan ik zeggen dat het inderdaad voorkomt dat je midden in een uurhok staat, omringd door overbemest grasland, waar je dan vijf minuten moet tellen en daarna nog 55 minuten heen en weer fietst over de enige weg die door dat hok loopt en dat je bijna niets waarneemt. Misschien twee zwarte kraaien die iets te eten hebben gevonden en dat luidruchtig becommentariëren, of zes kokmeeuwen die zich er even mee komen bemoeien. Maar het kan ook zo zijn dat er bij die ene wat verwaarloosde schuur die langs de weg staat, een grauwe vliegenvanger zit te zingen. Of dat je op een industrieterrein, op het erf van een bedrijfsgebouw, twee zwarte roodstaarten ziet en hoort zingen en er ook nog drie paren scholeksters op de daken zitten, terwijl een slechtvalk tussen de schoorstenen zeilt. Of dat je in je vermoeden wordt bevestigd dat het daar inderdaad maar een dooie boel is; dat kan ook.
Vogelen op onbekend terrein levert soms helemaal niets op en als het weer dan ook niet goed is en je bent om half vijf opgestaan op een van je schaarse vrije dagen, dan kun je jezelf wel eens afvragen waarom je dit in vredesnaam doet. Maar er zijn altijd pareltjes, meestal als je ze niet verwacht. Die verrassingen, die onverwachte ontmoetingen, die stimuleren mij enorm om weer mee te gaan doen.
Leo Nagelkerke, West-Brabantse Vogelwerkgroep
Markandalletjes
* De paashazen hebben hun ei weer gelegd. Het weer is op zijn ‘paasbest’. Dus eerste Kievitsei was al weken eerder!
* De eerste Oeverzwaluwen zijn terug in het Markdal! Helemaal uit de Afrikaanse Sahel regio. Dit is hun ‘zomerverblijf’. Daarvoor graven ze diepe nestgangen in steile meanderwanden. De ontwerpers hadden in 2010 stille hoop dat de nieuw gegraven Ulvenhoutse meander misschien ooit Oeverzwaluwen zou aantrekken. Dat gebeurde het eerste jaar al, met zo’n 200 nestgaten in die grote hoge wand. Dat was een belevenis om met een excursie ongestoord al dat heen en weer vliegende getjilp om je heen te beleven. Ondanks latere afrasteringen is dat aantal nooit meer gehaald.
* Inmiddels hebben de Oeverzwaluwen een tweede geschikte nestwand gevonden, wat meer richting Bieberg. Die is met de verrekijker goed te zien vanaf het laarzenpad. Dat Laarzenpad vertelt ook zijn eigen verhaal. Het was een reactie van de Vereniging Markdal op het plots opheffen door SBB van de wandelroute vanaf de Bieberglaan door het Markdal naar het Sulkerpad. Dat is nu een struinroute, alleen de aansluiting op de Bieberglaan is er afgehakt.
* Natuurwandeling Haagse Beemden. Zaterdag 11 april. 10-12u. Thema van bos naar beemden en boezem. Met de vierde Bergboezem om hoog water op te vangen en Bredase voeten droog te houden. Door afgraven van de bemeste toplaag krijgt natuur hier weer de kans met bloem- en kruidenrijke graslanden. Aanmelden via IVN Mark&Donge.
* Vogelwandeling Zonzeelse polder. Zondagmorgen 12 april. 9-11u. Thema: op zoek naar de blauwborst en andere voorjaarszangers. Volop geschiedenis van turfwinning, petgaten, Elisabethsvloed en nu Natte Natuurparel. Aanmelden vai IVN Mark&Donge.
* Wandeling langs natuurherstelproject 'De Laars' van het Merkske. Zondagmorgen 12 april. 9u-12u. Stijn Leestmans gidst over het effect van de vernatting. Start 'P' van SBB. Hoogstratensebaan 83, Castelré.
* ALV nmv Markkant. Maandag 13 april. Aansluitend 20u15. Presentatie natuurwaarden van ’t Hout, eerste bewoning Steenakker en visie op Groene Gordel. Locatie: Het Gele Huis. Haagse Markt 6. Aanmelden: info@markkantbreda.nl.
* Pinksterbloemen bloeien als gastheer voor fladderende Oranjetip. Echt lentegenot om de nog tere vlinder bij zijn ‘waard’ te zien!
Joop van Riet – natuurgids IVN Mark&Donge
