“Al geruime tijd horen wij ’s avonds een Oehoe roepen”, vertelt Pieter Geerts. Ettelijke weken geleden waren de loodgieters bij zijn huis naast de Antoniuskerk aan het werk om de dakgoten te repareren. Pieter: “Eén van die loodgieters stuurde mij een foto toe vanaf het dak met de mededeling dat we bewoners hebben met twee Oehoekuikens.” Oehoes zie je niet zo vaak in onze contreien. Ze komen meer voor in bergachtig gebied, bij steengroeven, zandheuvels en afgravingen.

Door Berry van Oers

Kuikens

De laatste tijd hoorde Pieter de Oehoe niet meer. “Totdat mijn vrouw plotseling ’s morgens een foto maakte van de Oehoe die op de kerk zat”, zegt Pieter. De Oehoe heeft bruine veren met donkere lijnen. Dat zorgt ervoor dat ze niet opvallen tegen de achtergrond van rotsachtig gebied. Bijzonder zijn de oranje ogen. Ondertussen zijn de uilskuikens van het dak verhuisd naar de voorkant van het huis van Pieter bij een rustig inhammetje. Hun gezichtjes zijn van dons, maar dat verdwijnt bij het opgroeien. Langzaam wordt het dons bruin gestreept en komen de slagpennetjes tevoorschijn.

Wildcamera

Via een vriend vond Pieter iemand met een wildcamera. Pieter: “Deze staat er nu een aantal dagen en we hebben al mooie beelden van de kuikens, maar ook van de moeder die de jongen ’s nachts komt voeren met gevangen duiven en kraaien.” Het leverde mooie beelden op. Oehoes hebben stevige klauwen waarmee ze hun prooien vangen, zoals muizen, konijnen, vogels en insecten. De botjes kun je terugvinden in braakballen.

Oehoe-roep

De Oehoe, één van de grootste uilen ter wereld en de grootste van Europa, heeft zijn naam te danken aan zijn roep. Vooral in de late winter laat het mannetje zijn oehoe-roep horen. Oehoes kunnen wel vijfenzeventig centimeter groot worden met een vleugelspanwijdte van ruim 1.80 meter. “Via de vogelopvang in Zundert heb ik de ‘uilenclub’ met Johan Schaerlaeckens en Wim Cornelissen erbij gehad. Ook zij vinden het heel bijzonder dat de Oehoe bij ons is neergestreken”, vertelt Pieter.