Door: Claudi Olieslagers
Maandagavond 30 maart loop ik richting de loswal. Het oogt nog rustig, bijna alsof er niets te gebeuren staat. Terwijl er toch echt twee auto’s op elkaar staan, brandweerauto’s en de ladderwagen uit Ravels klaarstaan. Maar dat verandert snel wanneer de eerste brandweerauto, met heel even wat toeters en bellen, de loswal op rijdt. Nieuwsgierige dorpsgenoten volgen vanzelf. Vandaag is het geen echte noodsituatie, maar een grote oefening van Brandweer Baarle. Tegelijk is het de aftrap van een wervingsactie: er worden minimaal twee nieuwe Belgische collega’s gezocht. Want in Baarle mag dan veel dubbel zijn, de brandweerpost is er maar één en die delen we met België. We hebben hier dertig brandweermensen, mannen en vrouwen samen. Acht daarvan moeten Belg zijn. Dat aantal wordt nu net niet gehaald. Met deze oefening hopen ze nieuwe, jonge Belgische mannen en vrouwen enthousiast te maken. Voor mijn ogen ontvouwt zich het scenario: twee auto’s die een joyride hebben gemaakt en op elkaar tot stilstand zijn gekomen. Er zitten nog 'slachtoffers' in. Omdat het een oefening is, gaat alles beheerst en stap voor stap. Via een microfoon legt Edwin van de Werf rustig uit wat er gebeurt. Dat is fijn, want er gebeurt meer dan je op het eerste gezicht ziet. Langzaam groeit het publiek. Ik herken oud-brandweermensen, die onderling bespreken wat ze zelf als eerste zouden doen. Er zijn ook familieleden en veel kinderen. Die kijken vooral met grote ogen naar de kniptangen en al het materiaal. Voor hen is brandweerman of -vrouw worden nog gewoon een droom. Lars weet nog niet of hij brandweerman wil worden, papa Tijs weet het duidelijk wel. Wat mij vooral opvalt, is hoeveel er komt kijken bij zo’n inzet. Er staat zelfs een hulpverleningsvoertuig uit Raamsdonksveer, vol techniek. De BLS is er ook, vanwege de beknellingen. Maar verder draait het vandaag puur om de brandweer: geen politie, geen ambulance, geen lotussen. Eerst wordt er verkend. Iedere wagen heeft een bevelvoerder die zijn mensen aanstuurt. Voor deze demonstratie nemen ze bewust de tijd. Fijn, want zo kun je als toeschouwer echt volgen wat er gebeurt. Ik raak aan de praat met Martijn. Hij zit midden in de opleiding, samen met vier anderen, onder wie één Belg. Eén dag per week gaat hij naar school, de rest leert hij in de praktijk. Vanaf het begin mocht hij al mee. “En als je iets beheerst, mag je het ook doen,” vertelt hij. De opleiding bestaat uit verschillende onderdelen: brand, technische hulpverlening, gevaarlijke stoffen en levensreddend handelen. Later komen daar nog waterongevallen bij. En omdat Baarle nu eenmaal een bijzonder dorp is, moet hij straks ook nog een korte opleiding in België volgen. Aan de uniformen zie ik het verschil tussen Nederlandse en Belgische brandweermensen. Ik spreek Hans, die al meer dan dertig jaar bij de brandweer zit en in Baarle-Hertog woont. Hij lacht: “Er is veel veranderd sinds de samenwerking, in positieve zin. Maar de grapjes over en weer? Die blijven.” Zijn verhaal gaat nog verder terug. Zijn vader zat ook bij de brandweer. “Mijn moeder moest vroeger nog op de knop drukken als er een melding was.” Het vak zat er dus al vroeg in. Wat me ook opvalt: er is geen verschil meer tussen mannen en vrouwen. Iedereen moet hetzelfde kunnen en vooral fit blijven. Dat is de basis. Wie interesse heeft, moet 18 jaar zijn en een rijbewijs hebben. In Nederland kun je gewoon solliciteren, in België moet je eerst laten zien dat je geschikt bent. Postcommandant Tijs Moonen legt het helder uit. Philip Harmsen is de oudste brandweerman van Baarle. Hij vertelt dat er veel veranderd is in de loop der jaren: er is meer openheid en aandacht voor wat het werk met je doet. Want het is niet altijd het leukste werk. Aan de rand van het terrein staat ook burgemeester Loots, samen met schepenen van Tilburg en van Gils. Trots kijken ze toe. En dat snap ik wel. Want wat hier gebeurt, laat zien hoe bijzonder Baarle is: samenwerken zonder grenzen, letterlijk. Burgemeester Loots hoopt dat deze oefening anderen inspireert om óók die stap te zetten. Terwijl de oefening verdergaat, blijft het publiek geboeid kijken. Kinderen wijzen, ouders leggen uit en hier en daar hoor ik: “Dat wilde ik vroeger ook.” Als de laatste handelingen worden uitgevoerd, besef ik vooral één ding: achter elke sirene zit een groep mensen die dit vrijwillig doet. Goed opgeleid, betrokken en altijd klaar. In een dorp zonder echte grenzen staan ook zij klaar zonder grenzen, voor wie hen nodig heeft.
Meer informatie over het brandweerwerk vind je op www.hvztaxandria.be of via www.brandweer.nl/kazerne/baarle-nassau/
