Raamsdonksveer – Een partytent, oranje vlaggetjes, koffie, gebak en vooral veel stoelen dicht bij elkaar. Meer was er zaterdagmorgen 26 september eigenlijk niet nodig om van het binnenplaatsje bij de 25 appartementen aan de Jan van Beekhof een ontmoetingsplek te maken. Op initiatief van bewoners Xaverio Gesser en Anita Rekkers werd hier voor het eerst gezamenlijk Burendag gevierd. En wie om zich heen keek, zag precies waar die landelijke dag ooit voor bedoeld is: mensen die misschien al jaren op enkele meters van elkaar wonen, maar elkaar nu eens echt spreken.

Door Tom Rietveld

Voor Xaverio Gesser (70) is mensen bij elkaar brengen bijna een tweede natuur. Tijdens zijn werkzame leven in het onderwijs, onder meer bij het Dongemond College, probeerde hij jongeren in beweging te krijgen. Na zijn pensionering hield dat bepaald niet op. Als vrijwilliger is hij nog altijd actief bij onder meer bibliotheek en sportvereniging. Stilzitten past niet zo bij hem.

Anita Rekkers weet inmiddels hoe dat werkt. "Xaverio bruist van de plannen,” zegt ze lachend. "Hij zei vandaag al dat we eigenlijk volgende week met de voorbereiding van volgend jaar moeten beginnen.” Zelf vult ze hem praktisch aan. Zij regelde onder meer het meubilair en de tent.

Ook de uitnodiging werd serieus aangepakt. In de trappenhuizen en bij de bergingen verschenen inschrijflijsten. Kleindochter Fem hielp met de vormgeving. Daarnaast gingen de initiatiefnemers persoonlijk langs bij bewoners. "Soms moet je iemand even over de drempel helpen,” zegt Anita. "Niet pushen, maar wel laten weten: je hoort erbij.”

Een gezicht bij een voordeur

Juist dat laatste blijkt belangrijk. Anita vertelt dat zij enige tijd geleden familieleden meubels uit een woning zag dragen. Pas toen hoorde ze dat de bewoner was overleden. "Ik woon hier vlakbij en ik wist eigenlijk niet eens wie het was. Dat vond ik heel vervelend.”

Burendag kan zo iets eenvoudigs veranderen: een naam en een gezicht horen voortaan bij een voordeur. Daardoor wordt het ook gemakkelijker om eens te vragen of iemand hulp nodig heeft, bijvoorbeeld met een boodschap.

Dat sluit precies aan bij de gedachte achter de landelijke Burendag. Douwe Egberts organiseerde de eerste editie in 2006; sinds 2008 wordt Burendag samen met het Oranje Fonds georganiseerd. Het doel is buren met elkaar in contact te brengen en daarmee buurten socialer en meer betrokken te maken. In 2026 vond Burendag plaats op zaterdag 26 september. Landelijk waren meer dan tienduizend activiteiten aangemeld.

Aan de Jan van Beekhof hoefde daar geen ingewikkeld programma aan te pas te komen. Bakker Van der Westen zorgde voor gebak bij de koffie. Een schaal vol taartjes ging rond en het gesprek deed de rest.

Vier maanden of zeventien jaar

Voor bewoners die hier nog maar kort wonen, krijgt zo’n ochtend extra betekenis. Een van hen woont pas vier maanden in het complex. "Dan is dit heel belangrijk om iedereen te leren kennen,” vertelt zij. Na een verhuizing die vanwege gezondheidsproblemen noodzakelijk werd, heeft ze inmiddels haar plek gevonden. "Ik heb het hier echt naar mijn zin.”

Toch mist zij één voorziening: een gezamenlijke ontmoetingsruimte. Een plek waar bewoners niet alleen tijdens Burendag, maar bijvoorbeeld af en toe voor koffie, een spelletje of zomaar een gesprek bijeen kunnen komen.

Andere bewoners kennen het complex juist al heel lang. Annie de Bond woont er naar eigen zeggen zeventien jaar en heeft in die periode veel mensen zien komen en gaan. Dat maakt zo’n gezamenlijke ochtend des te waardevoller. Haar levenshouding klinkt eenvoudig maar treffend: blijven kijken naar wat nog wél kan, contacten onderhouden en eropuit blijven gaan zolang het mogelijk is.

Ook Jan Vissers, bijna negentig, woont alweer zo’n zes jaar in het gebouw. Binnenkort viert hij met zijn vrouw hun 65-jarig huwelijk. Tijdens zijn jaren aan de Jan van Beekhof had hij een bijeenkomst als deze nog niet meegemaakt.

Van Veerse Boys tot postbode

Wie buren aan tafel zet, ontdekt bovendien hoeveel verhalen er achter die voordeuren schuilgaan. Zo blijkt Wim van den Kieboom in zijn jonge jaren te hebben gevoetbald bij Veerse Boys. Als back speelde hij in een tijd waarin de plaatselijke voetbalclub op zondag een belangrijke ontmoetingsplek was. "Als Veerse Boys speelde, stond er een berg volk.”

Later werkte hij als lasser, onder andere via Werkspoor en op industriële locaties. Uiteindelijk koos hij voor een heel ander bestaan en werd postbode. Dat beviel hem zo goed dat hij achteraf verzucht: "Als ik het geweten had, had ik dat veel eerder moeten doen.” Ook toen draaide het blijkbaar om hetzelfde: onderweg mensen ontmoeten.

En daarmee is de cirkel eigenlijk rond. Want Burendag gaat niet zozeer over die ene zaterdag, maar over wat daarna blijft hangen. Dat iemand die eerst een onbekende buur was voortaan wordt begroet. Dat er misschien eens gevraagd wordt of er boodschappen nodig zijn. Of dat iemand gewoon weet bij welke deur hij kan aankloppen.

Xaverio en Anita hopen daarom dat het niet bij deze eerste keer blijft. Aan de belangstelling lag het in ieder geval niet. De stoelen waren gevuld, het gebak verdween van de schalen en gesprekken kwamen vanzelf op gang.

Misschien is dat wel de krachtigste opbrengst van twee uurtjes Burendag: van naast elkaar wonen een klein beetje mét elkaar wonen maken.