Op een zonnige middag zitten we op de veranda achter het huis van Ebru (47). Op tafel staan een kopje thee en een stuk zelfgemaakte chocoladecake. Ebru werkt als schoonmaakmedewerker bij CC De Boodschap in Rijen en woont al ruim 26 jaar in Nederland. Ze heeft twee dochters van 18 en 21 jaar.
In het begin van het gesprek schuift haar jongste dochter ook even aan. Ze vertelt lachend dat ze het "heel goed" vindt dat haar moeder weer naar school gaat, maar ook "een beetje gek" om te zien. Dat haar moeder moeite had met lezen en schrijven, heeft ze als kind eigenlijk nooit echt gemerkt. "Als iets moeilijk werd met huiswerk, zei ze vaak dat ik het beter aan papa of mijn zus kon vragen."
Naar Nederland voor de liefde
Ebru werd geboren in Turkije en kwam naar Nederland nadat ze trouwde met haar man, die hier geboren en getogen is. "Ik kwam hier en alles was anders. De huizen waren anders, de mensen waren anders. Ik sprak geen goed Nederlands en kende niemand. Ik vond het echt raar."
Kort na haar komst volgde ze een inburgeringscursus van ongeveer anderhalf jaar. Toch bleef de taal een uitdaging. "De Turkse taal is heel anders dan het Nederlands. De grammatica is anders, de zinnen zijn anders. Wij hebben bijvoorbeeld geen lidwoorden zoals ‘de’ en ‘het’." Na haar inburgering kon ze zich beter redden, maar echt zelfverzekerd voelde ze zich niet.
Moeder zijn zonder de taal goed te beheersen
Toen Ebru moeder werd, merkte ze hoe lastig het was om de Nederlandse taal nog niet goed te beheersen. Brieven van school begreep ze niet altijd en als haar man niet thuis was, wist ze vaak niet wat ze moest doen. Ook vond ze het moeilijk om uit te leggen wat ze bedoelde. "Ik wilde iets vertellen, maar het lukte niet om goede zinnen te maken. Ik was bang om fouten te maken en had weinig zelfvertrouwen." Daardoor vond ze contact leggen met andere ouders spannend. Op het schoolplein sprak ze daarom vooral met mensen die ook Turks spraken. "Eigenlijk wilde ik heel graag praten met andere mensen, maar ik durfde niet. Moedertaal is altijd makkelijker dan een andere taal."
Huiswerk en hulp vragen
Bij huiswerk hielp Ebru waar ze kon. Rekenen en eenvoudige opdrachten gingen vaak goed. Toch waren er ook momenten waarop ze haar kinderen niet kon helpen. "Dat vond ik wel zielig. Ik wilde heel graag helpen, maar helaas kon dat niet altijd." Ze zocht dan actief naar oplossingen.
"Ik had een aardige buurvrouw die mij en de kinderen hielp. En soms zocht ik iemand die les kon geven."
De stap naar taalles
Hoewel collega’s haar al langere tijd aanraadden om Nederlandse les te volgen, duurde het lang voordat Ebru de stap naar het Taalhuis zette. "Ik had eigenlijk geen zelfvertrouwen. Ik wist niet waar ik moest beginnen." Toch besloot ze uiteindelijk om zich aan te melden voor taalles. Een beslissing waar ze geen moment spijt van heeft gehad. "Door de les kan ik beter spreken en schrijven. En ik durf nu gewoon te zeggen: ‘Ik snap het niet, wilt u het nog een keer uitleggen?’" Waar ze vroeger stil bleef, stelt ze nu vragen. "Als ik iets niet begrijp, vraag ik het gewoon."
Naast de taalles oefent Ebru iedere week de Nederlandse taal met een taalmaatje van VIPvoorElkaar. Samen kletsen ze over van alles en nog wat en ook met haar taalmaatje durft ze fouten te maken en de Nederlandse taal te oefenen.
Meer zelfvertrouwen op het werk
Ook op haar werk merkt Ebru grote verschillen. Ze werkt met plezier in de schoonmaak en heeft fijne collega’s. Volgens Ebru heeft de taalles haar niet alleen geholpen met taal, maar vooral ook met haar zelfvertrouwen. Ze merkt dat ze:
• meer voor zichzelf opkomt;
• aangeeft wanneer ze denkt gelijk te hebben;
• vaker haar eigen keuzes maakt in plaats van anderen te volgen;
• serieuzer wordt genomen door collega’s;
• meer waardering krijgt op het werk.
Ook haar collega’s zien verschil. "Ze zeggen echt: ‘Jij kunt nu beter spreken dan vroeger.’" Zelf merkt ze vooral dat ze makkelijker hulp vraagt en contact maakt met anderen.
Meer dan alleen taal
Voor Ebru is de taalles veel meer geworden dan alleen Nederlands leren. "Er komen mensen van verschillende nationaliteiten. We zitten gezellig drie uurtjes bij elkaar. Ik vind het echt leuk." In de groep leert ze niet alleen taal, maar ook dat fouten maken erbij hoort. "Fouten maken is geen probleem. Zo leer je juist." Ze ziet bovendien dat er vriendschappen ontstaan tussen deelnemers. "Sommige mensen worden vriendinnen en zien elkaar ook buiten de lessen. Dat is leuk."
"We moeten ergens beginnen"
Terugkijkend heeft Ebru één grote boodschap voor anderen die twijfelen om hulp te zoeken. "We moeten ergens beginnen. Waar of hoe maakt toch niet uit. Maar we moeten ergens beginnen." Zelf had ze achteraf graag eerder met taalles willen starten. "Ik heb eigenlijk spijt dat ik niet eerder naar de les ben gegaan." Volgens haar zouden juist ouders met jonge kinderen geholpen zijn als taalles en kinderopvang beter gecombineerd worden. "Breng de kinderen naar de peuterspeelzaal en ga zelf naar les. Daarna haal je je kind weer op." Ook benadrukt ze hoe belangrijk een vriendelijke benadering is. "Het gaat vooral om de manier waarop iemand het zegt. Op een aardige toon. Anders doet het echt zeer."
Andere vrouwen helpen
Vandaag voelt Ebru zich sterker, zelfverzekerder en zelfstandiger dan vroeger. Ze hoopt dat haar verhaal andere mensen inspireert om dezelfde stap te zetten. "Ik denk dat er veel mensen zijn die graag naar les willen, maar niet genoeg zelfvertrouwen hebben. Of niet weten waar ze moeten beginnen." Daarom wil ze graag anderen helpen de weg naar het Taalhuis te vinden. "Ik werk in cultureel centrum De Boodschap en ken veel mensen. Ik hoop dat ik op deze manier ook andere mensen kan helpen."
Ook beter Nederlands leren spreken, lezen en/of schrijven?
Kom langs bij het Taalhuis Gilze en Rijen. Neem contact met ons op via 088-6050604. Samen kijken we dan welke hulp het beste bij jou past, zoals een maatje, cursus of les. Je kunt rustig kennismaken en ontdekken wat voor jou werkt.
