Op 29 september stond voor de Zonnebloem Alphen een uitje met de bus op de agenda. De bedoeling was om de mensen de buitenwijken van Alphen nog eens te laten zien. Dat zijn toch gebieden waar ze niet zo snel meer komen en wel veel herinneringen hebben.
Frans Willemsen was bereid om een mooie tocht in elkaar te zetten en in de bus te vertellen over vroeger en nu. Zonnebloem – Er kan meer dan je denkt! En dat was met de bus van Stichting Rolerisuit zeker het geval. Een bus met lift zodat onze gasten in een (elektrische) rolstoel ook mee kunnen en chauffeur Johan die als vrijwilliger deze bus rijdt.
Om 13.00 uur stond de bus klaar zodat iedereen op zijn gemak de tijd had om in te stappen.
Na een welkomstwoordje van de voorzitter en een luid applaus voor Marian P. die het geld wat ze kreeg voor haar bijna tachtigste verjaardag gedoneerd had aan de Zonnebloem konden we om 13.30 uur vertrekken.
Via het Oudheidkundig Museum in Alphen door de Stationstraat (waar vroeger één van de 25 leerlooierijen in Alphen was) naar de Prinsenhoeflaan (de enige, nog onverharde weg in de bebouwde kom van Alphen), het Hof ter Braken (Johannieters), verder naar de Boslust (de Runakker, wat in WO II een dierenkerkhof was en natuurlijk het Pestkerkhof). We vervolgden de route naar de Pastoriehoeve en waar het openbaar kerkhof was. Het was in vroeger tijden ondenkbaar dat je als niet-katholiek begraven kon worden op een katholieke begraafplaats. Via de Kruisbaan naar het Papenkuiltje waarop iedereen in de bus riep: ‘nee, het is het Joppekuiltje!’.
Frans vertelde over begrafenisrituelen, Tour de Kiek, ingemetselde kruizen en katten (om boze geesten tegen te houden), over het Schijnvliegveld en zo reden we via de Oosterwijksestraat (voedselbos, kapelletje en KI-stal) naar Riel (het beeld en verhaal van de goede Duitser). Het werd tijd voor koffie/thee/fris en gebak bij de Roovertsche Leij. Het duurt even voordat iedereen uit en weer in de bus is maar we nemen de tijd.
Hierna langs Nieuwkerk (het landgoed van Hogendorp, de Baron van Metsenbroek), de ene kant van het zandpad is België, de andere kant Nederland. Een gebied waar stropers actief waren en veel werd gesmokkeld. We reden langs de kapel van Steenvoorde, de kapel van Nieuwkerk, de halve Maan (waar iedereen vroeger had geschaatst) door naar het Ooievaarsnest waar Frans had gewoond. Hij vertelde over de melkbussen en melkgeld, de papflessen, het afgebrande huis, de ratten in de schuur en de bulldozer die op een tankgranaat reed.
Met de bus door het zandpad (Goorstraat) langs de Hoevens ging gelukkig goed (het is smal en gelukkig geen tegenliggers). We hadden afgesproken tegen 17.00 uur terug te zijn in Alphen en zo’n middag vliegt voorbij. Voor de andere kant van Alphen (’t Zand, opzichter Jos Manders, de politiepet, de oude Gilzebaan, het Putven, de fusilladeplaats, het Brokkenpadje en het oude kerkhof) hadden we helaas geen tijd meer. Met een hartelijk applaus voor Frans, de verteller, en voor Johan, de chauffeur, kwam er een einde aan deze middag.
Iedereen liet horen dat ze het een hele geslaagde, interessante en supergezellige middag hadden gevonden. Wie weet, nog eens naar de andere kant van Alphen...
