Toen wij nog aan het begin van de Ulicotenseweg woonden liepen we dagelijks een rondje rond de protestantse kerk. Vanuit ons huis sloegen we linksaf het paadje naast de kerk in. Daarna gingen we rechtsaf een stukje over de Dorpsstraat langs de vijver en draaiden dan weer rechtsaf terug de Ulicotenseweg in. “We doen nog een rondje”, zei Girtje. “Wajjot jom”, zei Tontje dan.

Door Berry van Oers

Wedstrijden

We organiseerden ook wedstrijden rond de kerk. Eerst al hardlopend en daarna op de step en later op de fiets. “Wie as iste aonkomt die hèèt gewonnen”, legde Girtje uit. De finishlijn trok hij met krijt midden over de weg vanaf ons huis naar de overkant. Later verlegden we onze grenzen op een groter parcours en ging het traject door het paadje van de protestantse kerk linksaf over de Dorpsstraat via de Kerkstraat langs het ‘Schuttakker’ weer terug.

Supporters

We organiseerden ook tijdritten rond de kerk. Tontje hield dan op zijn polshorloge de tijd bij en mocht ‘start’ roepen. Om de twee minuten vertrokken we. Soms deed Hennie mee op zijn doortrapper. Hij maakte dan altijd ongewild nog een extra rondje rond de kerk. Onderweg werden we aangemoedigd door Dina van de Zwarte Dame, Jan en To, de gezusters Van den Broek, Jan de Smid en vrouw Lotte met haar Spanieltje “Allee trappen mannen”, riepen onze supporters dan.

‘Keskes’

Ma wandelde soms mee met ons rondje rond de kerk. “Det is een prottestaanse kerk”, legde ma ons uit. “Prottestaanten steken gin keskes op bij òòs Lievrouwke”, wist ma. Dat had ze gehoord van buurvrouw Geertje. Ma woonde jarenlang naast de protestantse kerk, maar ze was er nog nooit binnen geweest. Tot die ene keer bij de uitvaart van Jaap, de broer van Geertje. Hij bleek protestant te zijn. “Det zen ommes ok goei meesen”, zei ma altijd oecumenisch.

Verwarring

Op zondagmiddagen wandelden wel meer Chamenaren een rondje rond de kerk. Op weekdagen werd er in Chaam niet gewandeld. Wie dat toch deed zaaide verwarring. “Zo ie gedaon gehad hebben op z’n werk”, vroeg Tontje zichzelf dan af. “Of zo ie wir glaozige ogen hebben”, dacht Dientje. “Misschien zit ie wel in het vorstverlet”, vermoedde Kriesje.

Kuieren

Chamenaren wandelden trouwens niet, maar ‘kuierden’ een rondje rond de kerk. Wandelen doe je met een zekere tred en doel. Maar kuieren doe je op je gemak, met je ene hand in je andere hand en de armen op je rug, ietwat vooroverbuigend en vriendelijk knikkend tegen wie ook aan de ‘kuier’ is.

Achtje

Soms zagen we Teke bij zijn ome Jan tegenover ons wanneer we van start gingen voor ons rondje rond de kerk. Hij wist alles van de ‘Acht van Chaam’. “Des ommes wa aanders as een rondje rond de kerk”, stoefte Teke dan. Hij had zoals altijd gelijk, want de ‘Acht van Chaam’ is geen rondje maar een ‘achtje’ en gaat niet rond één maar rond twee kerken.

Rondjes

Opa vertelde dat ome Jaon en zijn maten altijd een rondje rond de katholieke kerk maakten. Dan namen ze in elk café rond de kerk een rondje aan de toog. Eerst bij Toke, daarna bij Marte en vervolgens staken ze de weg over naar ‘De Vrachtwagen’. “Waor komde gij zo laot vandaon”, vroegen ze bij hem thuis wanneer Jaon weer eens pas op zondagavond thuiskwam van de Hoogmis ’s morgens. “We hebben nao de mies nog een paor rondjes rond de kerk gemaokt”, legde Jaon dan uit met dubbele tong.