Senioren Alphen en Heemkundekring Carel de Roy ontvingen maandag 4 augustus maar liefst 61 (!) wandelaars op hun uitnodiging om aan de vierde zomeravondwandeling mee te doen. Dit keer lag het accent op de vergeten kerkhoven van Alphen.

Door Luc van Hoek

Prinsenhoeflaan

Tegen de klok van 18.30 uur was het afgelopen maandag een drukte van belang bij Eetcafé Happy in Alphen. Tot nu toe waren alle zomeravondwandelingen een succes, maar het aantal deelnemers spande nu toch wel de kroon. In een lang lint trok de stoet eerst naar de Prinsenhoeflaan. Frans Wilmsen: “De enige zandweg binnen de bebouwde kom van de gemeente Alphen-Chaam.” Frans vertelde ook over de geschiedenis van de hoeve aan het eind van de (door de rondweg doorsneden) laan: “De eerste sporen wijzen op de late Middeleeuwen. Er moeten toen al meerdere bebouwingen, een kapel en een gracht zijn geweest, de commanderij Hof ter Brake. In 1616 kocht de familie Oranje-Nassau het domein, dit verklaart de naam Prinsenhoef. Na de Reformatie werd de overgebleven boerderij publiekelijk verkocht aan de pachterfamilie Hendrickx-van Hees. Eddy Backx vulde het verhaal aan met de geschiedenis van de prachtige bomenlaan zelf; eerst gerooid en later herbeplant door Géraar Hendrickx.

Zwarte dood

De wandelaars verplaatsten zich naar de Boslust. Frans vertelde over de runakker: lokale kleine leerlooiers haalden hier hun run (looistof) van de jonge eikenbomen. Synthetische looistoffen, sneller en goedkoper, zouden later die rol overnemen. Ook de kleine leerlooierijen hielden geen stand, uit de markt gedrukt door de grotere, moderne looierijen. Een perceel verderop is tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt als dierenkerkhof: veel koeien en paarden sneuvelden tijdens de bombardementen en gevechten rond de bevrijding van Alphen. Deze dieren werden op verschillende plaatsen gezamenlijk begraven. Verderop Boslust natuurlijk het pestkerkhof. De pest (‘zwarte dood’) beheerste ruim driehonderd jaar Europa (1347-1669); weliswaar in golfbewegingen. Naast de agressieve longpest was er de builenpest: ontstaan door een vlooienbeet of ratten en gekenmerkt door de zwarte huid rondom de beet (vandaar de ‘zwarte dood’). De zogenaamde pestmeester bezocht de pestlijders, gehuld in zwart pak en een speciaal vogelmasker. Dit masker (speciaal met kruiden gevuld, om besmetting tegen te gaan) joeg veel schrik aan bij de inwoners. Volgens de kerkelijke begraafregisters overleefde in de periode 1624-1626 een kwart van de Alphense bevolking (ofwel een paar honderd inwoners) de epidemie niet! Slachtoffers van de pest werden buiten het dorp, op de hei begraven, bang als men was voor verspreiding. Pastoor Binck zocht en vond een kerkhof en liet het opknappen. Later, in 1987, heeft het kerkhofje haar plek gevonden aan de Boslust.

Openbaar kerkhof

Op de Boslust werd nog even stilgestaan bij de Pastoriehoef: een boerderij die oorspronkelijk tot de Abdij van Tongerlo behoorde. De pastoor had in die tijd daar zijn pastorie, vandaar de naam van de boerderij. Later zijn alle abdijgoederen in beslag genomen door de Nederlanden. Deze boerderijen kwamen te koop via de Domeinen. De familie Huijben heeft hier 150 jaar een boerenbedrijf gehad. Via de Boslust arriveerde het gezelschap op de Nieuwveldweg. Frans: “Hier was het meest onbekende kerkhof van Alphen. Als katholiek lag jouw begraafplaats rond de kerk. Alleen de rijken kregen een plek in de kerk: dat gaf wel een luchtje (vandaar de uitdrukking ‘rijke stinkers’.) Later kreeg men een katholiek kerkhof: alleen inwoners die katholiek gedoopt waren mochten hier worden begraven. Voor ongedoopten (zoals dood geboren of nog niet gedoopte kinderen) werd een openbaar kerkhof ingericht op de hei buiten Alphen. In ongedoopte personen kon de duivel zich immers schuil houden…Ook twee Duitse soldaten vonden hier hun graf. Die mochten van Binck absoluut niet bij ‘zijn jongens’ op het Katholieke kerkhof begraven worden…!” Via het Bels lijntje bereikten de wandelaars het startpunt. Met een drankje en een praatje werd de laatste zomeravondwandeling van dit jaar passend afgesloten.