De eerste bloemen die wij in ons leven tegenkwamen waren gele paardenbloemen, fier oprijzend tussen getande blaadjes. Ze groeiden gewoon gratis bij ons midden op de hofpad en voor ons huis tussen de stoeptegels. Paardenbloemen waren echte Chaamse bloemen. Bijna iedereen in Chaam had ze.
Door Berry van Oers
Prinses
Ook bij het Teskesbos groeiden paardenbloemen. Soms, wanneer we daar op woensdagmiddag ‘piepke loosden’, was Annie uit de tweede klas er ook. We kroonden haar dan tot ‘Prinses van het Teskesbos’ met een kroontje gevlochten van paardenbloemen. Dat kroontje maakte Annie onweerstaanbaar. We wilden allemaal naast haar zitten, maar ze koos er maar eentje uit.
Piesblommen
Tante Sjo noemde paardenbloemen ‘piesblommen’. Dat vonden wij een lelijke bijnaam voor zo’n mooie goudgele bloem. Maar de bijnaam van de paardenbloemen bleek niets met hun gele kleur te maken te hebben. Tante Sjo snipperde de paardenbloemen door de soep wanneer ze weer eens dikke enkels had. “Mee piesblommen hedde gin plastabbeletten nodig”, zei ze dan.
Ferry
De paardenbloemen groeiden ook gewoon in ons gazon. Daar had pa een hekel aan. Met een lang broodmes sneed hij de paardenbloemen dan uit het gazon. “Ge mot ze mee wortel en al uitroeien”, zei hij. Pa ‘voeierde’ de paardenbloemen aan Ferry, mijn hengst die ik gewonnen had bij de loterij van de Paardenvereniging. Sindsdien dronk Ferry elke avond twee emmers water in plaats van eentje.
Universum
Zeva was spiritueel aangelegd. Heel haar hof stond vol met paardenbloemen. Ze kon er uren lang naar turen. “De gele blom is as de zon en de stiltjes zen de straolen die de zon verbeinen mee de wèreld”, zei Zeva. Aan de hand van haar paardenbloemen legde Zeva ons uit hoe het universum in elkaar stak. “Alles hangt ommes mee alles saomen”, zei Zeva dan.
Sap
Wanneer we per ongeluk in onze korte broek door de brandnetels liepen brachten paardenbloemen uitkomst. Oma brak dan de steeltjes van de bloemen doormidden. Dan kwam er wit sap vrij, net melk. Oma smeerde die witte smurrie op onze brandnetelbultjes en weg was het gejeuk. Oma wist ook dat paardenbloemen helpen tegen verstopping, hoge bloeddruk, stramme kuiten en een blaasontsteking. Ze at ze dan als sla, van de wortels zette ze koffie en van de bloemen trok ze thee.
Pluisjes
Wanneer de paardenbloemen waren uitgebloeid kwamen er zaadjes aan pluisjes voor in de plaats. Je kon die pluisjes de wijde wereld in blazen. Dan nam de wind ze als parachuutjes vanuit onze hof mee over de Ulicotenseweg op weg naar vrijheid en nieuwe avonturen. Trien vertelde dat wanneer je in één adem alle pluisjes in één keer weg kunt blazen je een wens mag doen. 'Ammaol bijgelòòf', dachten we. Maar zo bijgelovig bleek Trien niet te zijn, want ze had bewijzen.
Wens
Trien droomde van Koske, maar Koske niet van Trien. Nel wist raad. “Plukt mar een piesblom en blaost de pluskes er af terwèèl ge een wens doet, want det hèèt ommes bij mijn en òòze Sjaorel ok gollepen”, zei ze. Afijn, alles voor de liefde dus Trien blies de hele dag pluisjes van paardenbloemen door Chaam heen. “Nog gin halluf jaor laoter waar ik getrouwd mee òòze Kòòs”, vertelde Trien. Maar toen de wittebroodsweken voorbij waren betrapte ze Koske bij het wegblazen van de pluisjes van een paardenbloem. Trien pluisde het uit. Het was niet pluis.
