Tegenwoordig snuiten veel Chamenaren hun neus in papieren zakdoekjes. Per jaar gebruiken ze bijna duizend van die zakdoekjes en snotteraars wellicht nog wel meer. Wij kwamen een heel jaar toe met slechts een paar katoenen zakdoeken. Wanneer de ene zakdoek vol was, pakten we de andere uit de kast en ging de volle in de was.
Door Berry van Oers
Assortiment
Meteen nadat we uit de luiers waren, kregen we van ma een zakdoek mee. “Vergit oewe snotlap nie”, riep ze als we naar de kleuterschool aan de Gilzeweg stepten. Het assortiment bestond uit geblokte katoenen zakdoeken voor mannen. Er waren ook linnen vrouwenzakdoeken. Die waren kleiner en wit of roze. Daarnaast had je zondagse zakdoeken. “Pakt mar unne schòne wiette gesteven”, zei ma dan.
Kraken
We snoten heel wat zakdoeken vol. Na het snuiten deden we zo’n herbruikbare volle zakdoek terug in onze broekzak. Als we dan opnieuw snoten, bleef het verkoudheidvirus op peil en wie onze zakdoek leende kreeg de volle laag. Wanneer de volle zakdoek was opgedroogd begon het te kraken. “Vanmorgen in gesnòten”, legde Tontje dan uit.
Luciferdoosje
In de zomer deed pa een knoopje in de hoekjes van zijn zakdoek. Dan had hij een handig petje om hem op de akker te beschermen tegen de zonnestralen. Opa droeg tijdens het hooien altijd een zakdoek rond zijn hals tegen het zweet. Wij droegen zo’n zelfde zakdoek bij onze boerenkiel tijdens carnaval, bijeengehouden met het schuifje van een luciferdoosje.
Goochelen
Ome Jos kon goochelen met zijn zakdoek. Hij maakte dan een vuist van zijn hand. Hij frommelde de zakdoek in zijn vuist totdat we die niet meer zagen. Wanneer ome Jos plotseling zijn hand open deed was de zakdoek wonderwel verdwenen. “Ik kan ‘t ok mee m’n aandere haand”, blufte Jos dan.
Knoop
Wanneer het de trouwdag was van pa en ma deed ma altijd een knoop in de zakdoek van pa. “Aanders vergit ie ’t ommes wir”, zei ze. Tussen de middag fluisterde pa dan in ons oor: “Haolt us gaauw bij Annie’s van Janne in ’t turp een dòòs mee zakdoeken want te zondag is het moederdag.”
Vuiltje
Oma verwijderde met het puntje van haar zakdoek feilloos een vuiltje uit ons oog. Met de andere puntjes maakte ze onze oren schoon. Wanneer oma oververhit was, bracht een natte zakdoek in haar hals verlichting. Bij hoofdpijn legde ze een zakdoek met een beetje ‘boldoot’ op haar voorhoofd. Toen we zakten voor ons examen troostte oma ons: “Hier hedde een ‘zak’ doekske!”
‘Hands up!’
Op de kleuterschool bij juffrouw Frank speelden we ‘zakdoekje leggen’. Toen Girtje zijn zakdoek achter Paultje liet vallen, was volgens de spelregels Paultje aan de beurt. Maar Paultje bond de zakdoek voor zijn gezicht. Hij trok zijn klapperpistool en riep in het Engels met Chaamse tongval: “Hands up!”
Protest
Later, toen Paultje op stap ging in de stad, liet hij een rode zakdoek uit zijn kontzak hangen. Nog niet zo lang geleden namen boeren dat gebruik over, maar dan als protest tegen het stikstofbeleid van het kabinet. Je kon zo’n rode protestzakdoek ook aan je arm of rond je hals dragen. “En aas hangt ‘m mar aon oewen auto of aon de klienk van de veurdeur”, zei Sjaok.
