Geertruidenberg – Achter de deur van een huis in de schaduw van de Geertruidskerk gaat een wereld van historie schuil. Tientallen laden, doosjes, mapjes, en wandborden gevuld met glanzende metalen knopen. Geen gewone knopen – maar uniformknopen van maritieme oorsprong. “Dit is geen hobby,” zegt Cees Schulles met een glimlach, “dit is een leven”.
Door Tom Rietveld
Van binnenvaart naar zeevaart
Zijn fascinatie begon niet op een zolderkamer, maar op zee. “Ik wilde niet in militaire dienst,” zegt hij nuchter. “Dus ben ik naar de Zeevaartschool gegaan. Als je ging varen, kreeg je groot verlof tot je zevenentwintigste. Dat leek me wel wat.” Aan boord ontdekte hij dat elke maatschappij een eigen logo had. “Dat logo stond op glazen, bestek, theepotten – en op de knopen van het uniform. Toen dacht ik: dáár zit het verhaal. De knoop vertelt wie je bent, waar je vandaan komt.”
Een netwerk over zeeën en tijd
Cees verzamelt al decennia, met een voorkeur voor maritieme knopen: Holland-Amerika Lijn, Rotterdamse Lloyd, Stoomvaartmaatschappij Nederland. “Ik ben de enige Nederlander die zich puur op de maritieme knopen richt,” zegt hij. “Er zijn wereldwijd maar een paar verzamelaars die het snappen. We ruilen, we zoeken, we bellen elkaar als we iets bijzonders vinden.” Zo wacht in Friesland nog een knoop van de Stoomvaartmaatschappij Java uit 1880. “Die ruilt liever dan verkopen. Dat is de charme: het is een kring van mensen die elkaar begrijpen.”
In de diepte van de knop
“Een buitenstaander ziet alleen een blinkend dingetje,” zegt Cees, terwijl hij een vergrootglas pakt. “Maar ik kijk ook naar de achterkant.” Daar zit de signatuur van de fabrikant – een minuscuul merkje dat verraadt waar en wanneer de knoop werd gemaakt. “Aan zo’n stempel zie je of hij Duits, Frans of Engels is. Dat is pure archeologie in metaal.”
Soms ontdekt hij fouten: paketvaart met dubbel k of maatschappij met één p. “Dat zijn mijn juweeltjes,” zegt hij trots. “De controleurs in de fabriek hadden het niet gezien. Dan weet ik: dit is uniek. En dan tik ik de andere verzamelaars op de schouder – kijk, deze bestond dus echt!”
Een roeping, geen hobby
Musea bellen hem geregeld om hulp. “Het Marinemuseum in Den Helder kwam met een doos vol knopen. ‘Kun jij dat eens uitzoeken?’ vroeg men. Duizenden knopen heb ik gesorteerd – op kleur, fabrikant, periode.
Ik vond er eentje die ik nog niet had, van kleermaker A.A. de Kuiven uit Den Haag, marine stoomvaartdienst, zestien millimeter. Dat is voor mij een feest.” Hij lacht. “Voor een buitenstaander niet interessant natuurlijk.
Die kijkt liever naar Prinsjesdag en zegt: hé, daar mist een knoop! Maar ik weet dan precies wélke knoop dat moet zijn."
Knopen met een verhaal
Sommige verhalen raken hem diep. Zoals dat van Herman Nijpels uit Den Helder, een herenmodezaak waarvan de naam op de achterkant van een knoop stond. “Ik bel hem op,” vertelt Cees. “‘Die knoop is van mijn opa!’ zei hij verbaasd. Ik had er nog een dubbel van. Dus ik stuurde hem die op. Twee dagen later stond er een man voor de deur met een bos bloemen. Dat zijn de momenten die het waard maken.”
Of het mysterie van schout-bij-nacht Zoutman, begraven in Geertruidenberg. “Hij ligt in uniform in de kerk. We willen ooit weten wat voor knopen er op dat uniform zitten. Bij een restauratie is de kist ingezakt – er was een foto van het skelet, en dáárop zie je ronde afdrukken van knopen. Het bewijs ligt onder onze voeten. Maar ja, de vloer weer openbreken… dat doe je niet.”
Van tropenjas tot nekkiller
Hij laat een kleine koperen knoop zien, bevestigd met een ringetje. “Dat zijn boordknopen van tropenjasjes. In de was moesten die eraf, daarna ging het ringetje er weer op. Praktisch, hè? Dat soort details vertellen hoe mensen leefden en werkten.” Hij glimlacht. “Ze noemden het ‘nekkillers’ – want ze zaten bij de boord. Maar voor mij zijn het kleine getuigen van een verdwenen tijd.”
‘Je knopen tellen’ – letterlijk én figuurlijk
Cees kent het gezegde. “Ja, ‘je knopen tellen’ betekent beslissen of je doorgaat of stopt. Voor mij is het precies andersom: ik blijf juist tellen om dóór te gaan. Elke knoop vertelt me dat ik nog wat te ontdekken heb.”
Zijn verzameling telt inmiddels ruim 1200 maritieme knopen – allemaal zorgvuldig gecatalogiseerd, met notities over oorsprong en herkomst. “Ze liggen precies zoals ik ze nodig heb,” zegt hij met een knipoog. “Raak niks aan.”
Een wereld onder je vingers
Wat hem drijft? “Het mysterie,” zegt hij zonder aarzeling. “Bijvoorbeeld: waar bestelde de Nederlandse koopvaardij haar uniformen tijdens de oorlog? Niemand weet het. Maar ik heb aanwijzingen dat Engelse en Amerikaanse fabrikanten leverden. Dat zijn de puzzels die me bezighouden.” Hij kijkt even omhoog, waar een serie epauletten hangen. “Kijk, hier – dat zijn de epauletten. Iedere maatschappij had haar eigen versie, met knopen van leerling tot kapitein. Die collectie wil een museum straks overnemen. Dan blijft het bewaard.”
Van Edamse roeiclub tot Holland-Amerika Lijn
Niet alle vondsten zijn maritiem van groot formaat. Soms leidt één knoop tot een vergeten stukje Nederlandse geschiedenis. “Op een dag vond ik een knoop met de letters ERC,” vertelt hij. “Niemand kende hem. Tot ik contact kreeg met de oudheidkundige kring van Edam. Bleek van de Edamse Roeiclub Charon uit 1860! Er was geen enkel ander bewijs dat die club bestond. Nu wél – dankzij die knoop.” Hij glimlacht: “Dan voel je je even ontdekkingsreiziger. Er zijn er maar twee van. En als er ooit iemand aanbelt en zegt 'Ik geef er een miljoen voor’, dan weet ik dat ik de juiste gek gevonden heb.”
De waarde van een knopendoosje
Soms komen de mooiste vondsten gewoon van zolders. “Vroeger gebeurde het nog wel dat kinderen het knopendoosje van oma opruimden,” zegt Cees. “En dan zat daar ineens een scheepvaartknoop tussen. Dat gebeurt bijna niet meer. Alles wordt opgeruimd, of erger nog: weggegooid. Gelukkig weten sommige kringloopwinkels me te vinden. Die hebben mijn visitekaartje.” Hij pakt een klein doosje van de plank. “Dit zijn knopen met de slang die in zijn eigen staart bijt – het symbool voor de eeuwigheid. Mooi toch?”
De toekomst van de verzameling
Of hij zich zorgen maakt over wat er later met zijn collectie gebeurt? “Mijn kleinzoon heeft interesse,” zegt hij nuchter. “En anders is er altijd een museum. Maar ik hoop vooral dat mensen weer leren kijken. Een knoop lijkt niks, maar het is het sluitstuk van een heel verhaal.”
Hij draait een knoop tussen zijn vingers. “Iedere knoop is een stukje identiteit. Als je dat beseft, dan snap je dat je nooit zomaar ‘je knopen moet tellen’ om te stoppen. Je telt ze om te weten wat je waard bent.”
