Aan zijn huis hangt een spandoek: Arjan Severijns is kampioen NVACT TW4 geworden. NVACT staat voor Nieuw Vlaamse Autocross Teams en TW4 voor Toerwagenklasse 4 – de zwaarste klasse waarin je kunt starten bij het autocrossen. Arjan is een man van weinig woorden en weinig opsmuk. Maar wél kampioen. Wanneer ik hem vraag of dat bijzonder is, zegt hij nuchter: “Daar heb ik 15 jaar over gedaan.”
Door: Claudi Olieslagers
Hij begon met autocrossen toen hij 17 was. Een tractor en kar moest hij toen nog lenen. Inmiddels is hij 31 en rijdt hij in zijn geliefde grijze BMW E30. Als hij over zijn auto praat, begint hij te glimmen. Verder vertelt hij rustig en bescheiden over de sport.
In België worden elk jaar ongeveer tien wedstrijden gereden. In Nederland zijn er minder, al zijn er nog wedstrijden zoals Baolcross en Alphen. Arjan is lid van ARG (Autocross Alphen, Riel, Gilze). Op zondagochtend vertrekt een flinke groep uit Baarle richting de cross. Arjan is niet de enige die rijdt: Joey, Jill, Tijn, Kevin, Sander, Rory, Amber en Nick rijden ook. Een leuke, hechte gezellige groep, ieder met zijn eigen crosswagen, maar ze helpen elkaar altijd.
Vaak betekent het vroeg vertrekken, ver rijden, racen, en ’s avonds met z’n allen terugkomen, nog een frietje eten en dan naar huis. En zo is de zondag weer om, “wat zou je anders doen”, zegt Arjan.
Ook zijn vriendin Marilou crosst. Vaak in de damesklasse, maar soms ook tegen Arjan. “Anders wordt het saai,” lacht ze.
Na elke wedstrijd gaat Arjans auto terug naar de schuur bij zijn ouders. Daar wordt weer gesleuteld en gepoetst. In zijn klasse is geen contact toegestaan; auto’s horen elkaar niet te raken.
Met trots vertelt Arjan wat er technisch allemaal mogelijk is. Zo heeft hij zijn BMW gemaakt dat hij trekt op vier wielen. Dat gaf hem dit natte, modderige seizoen een voordeel.
“Maar dan gaat toch iedereen dat doen?” vraag ik.
Hij haalt zijn schouders op: “Dat gaan we meemaken, het mag.”
Autocross is Arjans way of life. Hij leeft ervoor. Naast zelf rijden gaat hij ook mee met Michel Schoenmakers, die meedoet aan de Sprint 1600. “Dat is weer andere koek,” zegt Arjan. “Daar komt nog veel meer bij kijken, met sponsors en alles.” De wedstrijden van Michel en van hem zijn nooit tegelijk omdat ze dezelfde vlaggers hebben. Daardoor is hij flink wat weekenden bezig met crossen.
Hij laat me een foto zien van zijn grijze BMW. Geen stickers, geen naam, geen franje.
“Nergens voor nodig,” lacht hij.
Afgelopen zondag zou de laatste cross zijn. Arjan stond acht punten voor op de nummer twee; per manche kun je tien punten verdienen. Het zou spannend worden. Maar door het slechte weer ging de cross niet door en daarmee werd Arjan automatisch kampioen.
“Het ruige is er wel af,” zegt hij. “Normaal is er een podium, confetti, champagne, en mag je de auto flink lawaai laten maken in de tent.”
Is hij teleurgesteld?
“Voor de ervaring wel,” zegt hij bescheiden. “Voor mijn auto is het beter zo.”
Thuis werd alsnog een kampioensfeest gevierd, samen met Peter Meijer uit Gilze, die ook kampioen werd, maar dan in een andere klasse.
Arjan leeft helemaal voor de sport: zelf rijden, sleutelen bij Michel, én hij bouwt op dit moment een auto voor twee Baarlenaren die willen gaan crossen. Hij is er dus bijna altijd mee bezig. In het dagelijks leven werkt hij in Baarle bij een systeembouwbedrijf, waar hij vooral het zichtwerk doet.
Ik vraag om foto’s voor Ons Weekblad en ook eentje waar hij zelf op staat, zodat iedereen kan zien wie deze kersverse kampioen is. Maar een foto waarop hij trots naast zijn auto staat, kan hij niet vinden.
“Ik zit erin,” zegt hij nuchter.
