Enkele dagen terug lag er een nieuwjaarskaart in de bus. De zandloper, die op de kaart was afgebeeld, herinnert ons eraan dat de jaren voorbij vliegen en er veel is veranderd. Zo waren wij ooit zelf ‘zandlopers’ toen er nog overal zand lag in Chaam rond de huizen en langs de straten. ”Mooi op ’t zaand blijven lopen hor”, waarschuwde ma dan als we naar de kleuterschool aan de Gilzeweg liepen.

Door Berry van Oers

Zand

De opritten, de erven en de zijkanten van de Chaamse wegen waren allemaal van zand. In de Kerkdreef en de Heikantsestraat lag ‘koolassie’. De weg richting ‘De Dreef’ was nog een zandweg. We stepten via ‘De Door’, achter de brembossen door, over de Goudberg naar de speeltuin van de Kapucijnen. “Nie van ’t zaandpadje af hor”, riep ma dan. Ma herinnerde zich dat de Alphensebaan een zandbaan was toen ze daar opgroeide. Opa vertelde dat in zijn jonge jaren de Gilzeweg en de Ulicotenseweg zandwegen waren. “Dan liepen we over het zaand naor Giels en Ellecoten”, zei hij.

Binnenzand

We hadden speciaal zand voor binnen, zoals in de plantenpotten en in de kattenbak. Ma vertelde dat Sjoke van Grazen op zondag wit ‘binnenzand’ op haar keukenvloer strooide in mooie patronen. Ze liet het zand tot maandag liggen zodat ma het nog even kon bewonderen wanneer ze de krant afgaf. “Nie over ’t zaand lopen hor”, zei Sjoke dan. Pa hield van kroten. Ze smaakten zanderig. Dat gold ook voor de sla als daar zand op was achtergebleven. “Zaand schuurt de maog”, zei ma dan.

Zandbak

Bij ons in d’n hof was het zand zwart. “Nie over hennen lopen”, waarschuwde pa na het ‘omspaoien’ en ‘inzaoien’. In de zandbak deed pa geel zand. Loekie, onze hond, gebruikte de zandbak ook. Dan voelde het zand als klei en bleef aan je vingers plakken. “Vergit ’t deksel nie wir”, riep pa dan. Als fundering van de kooi voor Monkey, onze aap, gebruikte pa lichtkleurig zand. ‘Zaovel’ noemde hij dat. Ko bracht de zavel met de vrachtauto bij ons thuis. “Kiep ’t mar op d’n dam Ko”, zei pa dan.

Modderdag

Koske gooide met zand. Kiske groef er ‘gatjes‘ in. Klaas Vaak strooide er mee. Wij hielden het bij het bakken van zandtaartjes met ma’s borstplaatvormpjes. Als je er water bij goot veranderde het zand in slijk. Dan liepen we niet over het zand, maar ’schoven’ we ‘buik’. Fonskes moeder wou haar rimpels kwijt en smeerde daarom slijk op haar gezicht. “Gin moederdag mar modderdag”, zei Fonske dan.

Zandstraat

We trapten ‘buske’ op onze onverharde ‘werft’. Als je viel kreeg je geen kapotte knieën. ‘s Zaterdags ‘rijfden’ ma en de buurvrouwen het zand. Met een stok krasten we sporen in het zand langs de weg. Op een dag in de ‘grote vakantie’ leidde het spoor via het ‘Elsakkerpadje’ en ‘Coppes Meulen’ naar Snijders. Daar dronken we in de Zandstraat thee met melk bij tante Trien en ome Minus. Inmiddels was de zandloper al over de helft.

Bestraten

Sjaokske uit de Rette vertelde in de klas dat hij voortaan ook ‘aon den harde weg’ woonde. “Net as gullie burgers”, zei hij trots. Inmiddels was de zandweg naar de paters verhard. Daarna moesten de Heikantsestraat en later de Kerkdreef eraan geloven. Ome Jos van de Noorhoek bestraatte onze oprit en erf. Bij het vernieuwen van de weg door Chaam werden de zijkanten tot aan de huizen toe aangestraat. Er verdween steeds meer zand in Chaam en daarmee ook de dagelijkse ‘zandlopers’.

Voornemens

We mochten niet meer parkeren langs de vernieuwde weg. Daarom verhardde pa onze hof om daar zijn ‘Peusio’ te stallen. Het regenwater rolt sindsdien over de tegels recht het putje in. In de zomer kun je ‘eieren bakken’ op de tegels. We hebben in onze verharde biotoop geen last meer van ‘haaislenters’ en ‘perrewepsen’. Alles is fijn bestraat. Geen onderhoud, slijk en vuile schoenen meer. Nergens hoef je nog over het zand te lopen. In januari draaien we de zandloper om en maken we goede voornemens voor het nieuwe jaar. Wat denk je van tegelwippen?