Jan Donders is al van jongs af aan creatief bezig. Schilderen, ontwerpen, creëren: het zit hem in het bloed. Hij woonde jarenlang in Tilburg, maar via zijn werk als interieurontwerper kwam hij in Baarle terecht. Toen hij zijn huis in Tilburg onverwacht snel verkocht en het huis dat hij in Baarle had gerestyled nog te koop stond, was de keuze snel gemaakt. Van Baarle was de stap naar Ulicoten klein. Daar woont Jan inmiddels al jaren, in een prachtig huis aan de Wilhelminastraat – in de volksmond beter bekend als het Stierenstraatje.

Door: Claudi Olieslagers

Wie bij Jan binnenstapt, ziet meteen dat creativiteit hier geen hobby is, maar een manier van leven. Niet alleen de schilderijen trekken de aandacht, maar ook de waterput in de woonkamer, de bijzondere lampen en de zorgvuldig aangelegde Japanse tuin. Alles ademt verbeeldingskracht.

Jan vertelt dat hij gefascineerd is door de grootmeesters uit de zeventiende eeuw: Johannes Vermeer, Jan Steen en Rembrandt. “Eigenlijk alles wat in het Rijksmuseum hangt,” zegt hij lachend. Met een knipoog geeft hij toe dat hij ooit dacht: dat moet ik ook kunnen. In de kroeg met wat vrienden fantaseerde hij erover; met behulp van wat bier kreeg het idee een andere vorm. Na zo’n honderd mogelijke titels bleef er uiteindelijk één hangen: De Baolse Bierdrinkers.

Voor hij begon te schilderen, dook Jan eerst in de geschiedenis. Via het Cultuurcentrum kwam hij bij de heemkunde terecht, die hem van waardevolle informatie voorzagen. In de tijd waarin zijn schilderij zich afspeelt, bestonden België en Nederland nog niet. De vlag was oranje-wit-blauw, de Spaanse bezetting was voorbij en de hertogdommen maakten plaats voor nieuwe bestuurlijke kernen. De enclaves ontstonden en de handelsgeest bloeide tussen Antwerpen, Turnhout en Breda. Met paard en kar werd er handel gedreven.

Er ontstonden herdgangen: driehoekige pleintjes waar boeren langs woonden. Loveren zou zo’n herdgang geweest kunnen zijn, vertelt Jan. Het huis op Loveren dat nu twee huisnummers heeft was vermoedelijk de eerste herberg en Café De Pomp – met het jaartal 1639 op de gevel – was ook een herberg. Handelsreizigers moesten ergens overnachten, eten en drinken. Boeren brouwden achter in hun schuurtjes bier; zo ontstonden de Belgische speciaalbieren. En wat gebeurt er als je boeren en handelsreizigers samenbrengt? Jan lacht: “Dan komen ook de Malle Babbes.”

De naam van het schilderij stond vast, de geschiedenis was bekend en ook de stijl was duidelijk. Geïnspireerd door Jan Steen, die veel van dit soort herbergtaferelen schilderde, bekeek Jan meer dan honderd afbeeldingen voordat hij begon. In 2022 zei hij tegen zijn vrienden: “Ik ga eraan beginnen, maar het kan zomaar vijf jaar duren.”

Het schilderij is nu bijna af. Het toont een levendige herberg vol etende en drinkende mensen. Hoe langer je kijkt, hoe meer details zichtbaar worden. Jan doet het licht aan en wijst op het glas-in-loodraam: zelfs de Belgische kerk zie je door het raam. Elke blik onthult iets nieuws.

Het schilderij telt 22 gezichten, maar die zijn nog niet ingevuld. Op vrijdag 6 februari nodigde Jan vrienden en bekenden uit bij Café ’t Pleintje voor een zeventiende-eeuws, bourgondisch feest. Zijn gasten waren zo enthousiast dat ze speciaal voor deze gelegenheid in passende kleding verschenen.

Er was een fotograaf aanwezig die iedereen vastlegde in precies dezelfde houding als op het schilderij. “Het moet wel kloppen,” zegt Jan. Ondertussen werd er brood gebroken, kip gekluifd en bier gedronken. Ook wethouder Janneke van de Laak was aanwezig.

Na februari werkt Jan verder aan zijn schilderij. Hij rekent ongeveer vier uur per gezicht, goed voor ruim honderd uur extra werk. In de zomer hoopt hij klaar te zijn. Wat er daarna met zijn meesterwerk gebeurt, weet hij nog niet. “Eerst maar eens afmaken,” lacht Jan. “En dan laten we het aan heel Baarle zien.”