Als carnaval in Bonenpikkersland voorbij was geraakten we in een carnavalsdip. Voor de één bestond de carnavalsdip uit lichamelijke klachten, voor de ander was het meer mentaal en voor sommigen allebei, al naargelang hoe het Chaamse carnavalsfeest voor ons was verlopen, of beter gezegd ‘was afgelopen’. Gelukkig hadden we goede remedies tegen een carnavalsdip.
Door Berry van Oers
Gedeelde smart
Joefke’s carnavalsdip was van lichamelijke aard. We troostten hem dan met het feit dat hij niet de enige was. Wij hadden daar ook allemaal last van. Dan deed het plaatje van ‘De Stipkes’ wonderen: “Ik heb unne spijker in munne kop au au. Daor zit unne kikker bovenop nou nou. Maar det voel ik nie alleen, want det heet nou iedereen!” Gedeelde smart is immers halve smart.
Haring
De vader van Koske haalde na carnaval altijd verse haring bij de Makro. “Omda wij ’n Makropasje hebben en gullie nie”, schepte Koske dan op. Haring helpt goed tegen een carnavalsdip die gepaard gaat met een kater. ”In unnen herring zit ommes veul vitamine D”, legde Koskes vader uit. Hij ‘hapte’ de haring en uitjes, met de staart tussen de duim en wijsvinger, in een paar happen naar binnen. “Stuk geneuk”, zei ma dan. Wij sneden de haring gewoon in stukjes en deden er geen uitjes bij maar ‘juintjes’.
Halfvastenbal
Kriesjes carnavalsdip was van mentale aard. Hij miste na carnaval de gezelligheid en het gezelschap van de Chamenaren. Zo waren er wel meer waaronder Joske, Kiske en Tontje. Met z’n vieren kwamen ze dan samen om terug te blikken op vier dagen Chaamse lol. Dat hielp tegen de dip, zeker met het halfvastenbal in zicht. “Dan gaon we wir”, zei Kriesje dan. “Ik ok, want ik heb nog een consumptiebonneke in de zoom van munne carnavalsstofjas gevonden”, glunderde Tontje.
Ontwenning
Bij Toke en Sjan werkte uitzicht op het halfvastenbal niet. Zij hadden meer baat bij directe ontwenning. Hun carnavalsoutfit, stinkend naar sigarettenrook en verschraalt bier, deden ze na carnaval meteen in de was en vervolgens linea recta achter in de klerenkast. Alle confetti en serpentines voor hun huis veegden ze op Aswoensdag bij elkaar om de sporen van carnaval in de vuilnisbak te scheppen. De cassettebandjes verdwenen onder in de la. “Efkes gin ‘wosjes op mun bosjes’ mir veur mijn”, zei Toke. Met Sjan ging ze wandelen in de Chaamse bossen en samen snakten ze naar de lente.
Ziekmeldingen
Vorige week kopten de kranten dat naar verwachting het aantal ziekmeldingen in de week na carnaval flink zal stijgen. De arbodienst verwachtte een stijging van gemiddeld 37 procent in de provincies waar carnaval wordt gevierd. Zo’n bericht helpt ook tegen een carnavalsdip. Je kunt dan op Aswoensdag blijven liggen om je roes uit te slapen met als excuus: “Ge kun doew eigen gerust ziekmelden, want ge zet ommes nie d’n enigste die det doet!”
Betrekkelijk
Bij sommigen bleef de carnavalsdip wat langer hangen. Dan hielp een gesprek met onze overbuurman. Hij vertelde dat de gezelligheid tijdens carnaval maar betrekkelijk is. Al die vriendelijke Chamenaren die hun zielenroerselen in je oor hadden geschreeuwd keken je na carnaval nog maar amper aan wanneer je hen tegenkwam bij de VéGé. Wat als we carnaval dit jaar eens hadden overgeslagen en net als Mieke en Rinus op vakantie waren gegaan? Hadden we dan iets gemist? Zeker wel!
