Op donderdag 5 maart is het de ‘Dag van de Maximumsnelheid’. Veilig Verkeer Nederland vraagt ons dan er extra op te letten dat we niet te hard rijden. Zo’n dag hadden wij destijds in Chaam niet nodig, want er waren toen nog nauwelijks maximumsnelheden. Wij reden graag hard. “Nie tard tor”, riep ma dan als we vertrokken.
Door Berry van Oers
Plankgas
Pa vertelde dat je destijds op de snelweg net zo hard mocht rijden als je wilde. Er was daar nog geen maximumsnelheid. Pa reed toen altijd plankgas naar tante Sjaan in de Achterhoek. Hij haalde met de wind mee vlot 90 kilometer per uur in zijn Peusio, met de kachel op volle toeren zodat de motor niet oververhit raakte. In de bebouwde kom hadden we wel al sinds 1957 een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, volgens pa. Maar in het Chaamse buitengebied gold nog slechts een advies maximumsnelheid waaraan geen enkele Chamenaar zich hield, behalve zuster Beata als ze tenminste niet op weg was naar een spoedbevalling.
Porche
Pas in 1974 ten tijde van de oliecrises kwam er een maximumsnelheid van 100 kilometer op de snelwegen en van 80 kilometer op de wegen buiten de bebouwde kom. In het begin protesteerden Chaamse hardrijders tegen die betutteling, maar toen bleek dat er nauwelijks gecontroleerd werd, was het geklaag snel over. Wel moest je oppassen voor verkeerspolitie in een witte Porsche. “Veur dagge ’t wit hedde zon wiet ding aachter oe hangen”, zei pa. “Daor hoefde gij nie bang veur te zijn”, sneerde ma dan.
Ontheffing
Nog niet zo lang geleden ging de maximumsnelheid op de buitenwegen zelfs hier en daar naar 60 kilometer. Toen na de reconstructie van de Ulicotenseweg daar de maximumsnelheid naar 30 kilometer werd teruggebracht moest Teke ontheffing aanvragen voor de renners tijdens de ‘Acht van Chaam’. Dan was trouwens ook Harrie van de Gilzeweg de klos geweest. Harrie kon heel hard fietsen. Je zag hem regelmatig door de regio trappen als hij terugkwam als supporter van de zoveelste wielerkoers. Harrie was dan op nagenoeg dezelfde tijd terug thuis als wij op onze Florett.
Krom
Wij hadden destijds al lang voordat we zestien jaar waren een oude Kreidler Florett, zo’n antiek exemplaar met een ei-tank. Via Robke in Gilze tikten we een race-carburateur op de kop. Daarmee reed onze Florett zo hard dat het frame er door krom trok. We wisten wel dat we brommers niet mochten opvoeren, maar volgens onze meester moesten we onze grenzen verleggen. “Wel oewen brommer afzetten en te voet verdergaon agge de Schepper in z’n pliessiebuske tegenkomt”, waarschuwde ome Jaon van den ‘Haaikaant’ dan altijd.
Rollerbank
Nadat we zestien jaar waren geworden hield de politie in de gaten dat we niet met onze opgevoerde Florett over de openbare weg reden. Op weg naar school in de stad hielden ze ons aan ter hoogte van de Ulvenhoutselaan. Meteen werd de brommer op de rollerbank gezet. Maar tot de verbazing van de dienstkloppers bleef onze Florett onder de maximumsnelheid. We reden grijnzend verder. Pa had voor ons een andere Florett gekocht bij Harry in Hulten, speciaal om er mee naar school te rijden.
Geheim
Later leerde ma zelf autorijden bij Cees Vermeulen. Ma reed ook graag hard. “Nie tard tor”, riepen we dan als ze vertrok. Pa had geen haast. Hij reed nooit te hard en hield zich gewoon aan de maximumsnelheid. Pa tufte op zijn gemak overal naar toe in zijn Peusio, maar hij kwam er niettemin altijd op tijd aan. “Op tijd thuis wegrijen”, was zijn geheim.
