De heggenmus is een van mijn favoriete vogels. In de kerstvakantie beginnen de eerste al te zingen en op die manier vrolijken ze de donkerste dagen van het jaar op. Weliswaar kun je de hele winter de veel melodischer zang van de roodborst horen, maar de heggenmus is een echte voorjaarsbode. En als je deze vogel goed bekijkt dan zie je wat een mooie subtiele grijs- en bruintinten hij heeft: eigenlijk gewoon een prachtvogel.

En met het verder lengen van de dagen komen er meer zangers bij. Zo verandert het geluidslandschap van de winter in dat van de vroege lente. Merels spelen daarin een hoofdrol. Ik hoor ze in de vroege ochtend: een heerlijk rijk geluid. Dit jaar zit er ook een zanglijster enorm zijn best te doen ergens in de achtertuinen van de achterburen. Het lijkt er soms op dat hij een wedstrijdje doet met de merels, met zijn grappige, soms chaotische deuntje waarin elke strofe zo’n drie keer wordt herhaald. En dat brengt me op het onderwerp van de lijsters in Nederland. Op de heel zeldzame dwaalgasten na zijn dat nog altijd zes soorten. De merel kent iedereen wel. Hij doet me altijd een beetje aan Pavarotti denken, met een prachtige stem, een sjieke uitstraling en een wat zwaarlijvig uiterlijk. Een beetje aanstellerig ook wel: vooral in het voorjaar als de mannetjes het tegen elkaar opnemen. Zo talrijk als pakweg twintig jaar geleden zijn ze niet meer. Toen zag ik geregeld platgereden merels liggen, midden op de straat die ze als territoriumafbakening gebruikten. Dat is niet meer zo. Ik denk niet dat ze voorzichtiger zijn geworden, maar dat er gewoon minder zijn.

Zanglijsters zie je een stuk minder gemakkelijk dan merels. Ze zetten wel een grote snavel op, maar houden zich graag verborgen. Soms verraden ze zich dan door hun opmerkelijk bescheiden roepje en een fladderend vluchtje de struiken in, waarbij je hun mooie warmbruine tinten kunt zien. Maar als ze eenmaal zitten te zingen dan spat de vreugde ervan af. De grote neef van de zanglijster heet, niet erg origineel, grote lijster. En dat is een behoorlijk accurate beschrijving. Grote lijsters zijn stevig, ook met een gevlekte buik en een bruine bovenkant, maar met witte ondervleugels. De zang is een prachtig melancholiek lied dat meestal vanuit een hoge boomtop wordt vertolkt. Ze lijken bovendien van storm en regen te houden: met storm en onweer zitten ze soms nog te zingen. Het zijn zeker geen bangerds.

En dan zijn er nog de doortrekkers en wintergasten onder onze lijsters. De elegante koperwiek met zijn mooie rode ondervlerken en witte oogstreep: als een zangijster met opsmuk. Ook dit is een vrij schuwe vogel die zich meestal verraadt door een iel hoog roepje. Als je ze eenmaal in de kijker hebt dan sta je versteld van hun mysterieuze schoonheid. In oktober zie ik meestal de eerste en daarna de hele winter af en toe, tot ze ergens in maart/april weer vertrokken zijn naar het noorden. Kramsvogels zie ik in dezelfde tijd als koperwieken, maar hun ‘getsjak’ maakt ze wel opvallender. Ze zijn ook groter en hebben een mooi bont verenpak. Eind vorige eeuw heeft er een kleine populatie in Zuid-Limburg gebroed, maar tegenwoordig zijn kramsvogels alleen nog wintervogels.

De zeldzaamste van de zes lijsters is de beflijster, zo genoemd omdat hij er een beetje uitziet als een merel met een wit befje. Tja, ook dat is een nogal toepasselijke naam. Deze vogels trekken hier in Nederland door. De voorjaarstrek is de beste tijd om ze te zien, vooral in april. Er zijn er niet veel en ze zijn er maar kort dus je moet wat geluk hebben of de plekken weten waar ze zitten. Ik zie ze niet elk jaar en verheug me er daarom op om ze komend voorjaar te gaan zoeken. Ik kan me een dag in april herinneren dat ik alle zes de lijstersoorten zag: dat was heel bijzonder. Wie weet lukt het dit jaar weer. En dan mag er ook een heggenmus bij zijn.

Leo Nagelkerke, West-Brabantse Vogelwerkgroep

Markandalletjes

* Johan Schaerlaeckens zag bijzondere kerkganger. Zat zelfs op de torenspits van de Chaamse kerk, zo dicht mogelijk bij de hemel? Maar hij kon nog hoger op …. want het was een zeldzame Oehoe! Met vorig jaar een geslaagd broedgeval in het Chaamse wordt deze grootste uil ter wereld hier wat minder zeldzaam.

* Lage Vuchtpolder. Natuurwandeling Lage Vuchtpolder. Zondagmorgen 8 maart. 10-12u. Natuurgidsen ism kinderboerderij Parkhoeve en jonge werkgroep Lage Vucht. Drassige veenpolder met steeds meer herstel van vroegere rijke natuur. Nu 100 veldleeuwerikken! Gemeente Breda geeft voorbeeld bij natuurontwikkeling, ook als gastheer van Grutto’s! Aanmelden, zie website IVN Mark&Donge.

* Verkiezingsavond. Dinsdag 10 maart. Haagse Beemden. Bewonerskomitee. Bekom. O.a. Leefbaarheid, betere participatie, klimaatadaptatie, gezondheid, meer groen in de wijk. Wijkcentrum Heksenwiellaan 2. Aanvang: 20u.

* Politiek Groen Café. Woensdag 11 maart 19u30-22u. Brandpunt. Reigerstraat 16. Breda. Kandidaat gemeenteraadsleden in discussie op groene ambities. NMV Markkant ism Breda Stad in Park. Aanmelden: @ info@markkantbreda.nl

* Wat is natuur? Wat is ons belang? Waarom kiezen? Presentatie Leo Linnartz. Kennis coördinator. Stichting ARK. Free Nature. Rewilding. Martijn du Bamboe: onderzoek Natuurwaarden ’t Hout, Steenakker, Groene Gordel. Politici uitgenodigd. Donderdag 12 maart. 20u. ’t Klooster. Jac van Gilsplein1. Bavel. Natuurverenigingen (mmv IVN, Groene Koepel, Markkant, Adviesgroep BromN, enz.).

* Knotters bij fietstunnel werden afgeleid door klepperende Ooievaars op nest bij A58. Dit keer geen tevredenheids geklepper, maar waarschuwing aan dreigende nestenkraker! Dat werd begrepen!

* Laatste nieuws: ooievaar op nest boswachters Markdal gesignaleerd. Iris van der Vlerk.

* “Kies mij, kies mij” galmen Groene Spechten uit de boomtoppen om spechtenvrouwtjes naar hun nest te lokken. Is een prachtig voorjaar! Mooi om groen te stemmen, zoals deze spechten altijd uitstralen!

Joop van Riet – natuurgids IVN Mark&Donge