De gemeenteraadsverkiezingen staan voor de deur. Meerdere partijen wijzen op het belang van vertrouwen, gemeenschapszin, zorgzaamheid, saamhorigheid, toegankelijkheid en verbinding. Destijds waren dat vanzelfsprekende ingrediënten van het dorpsgevoel. We kregen nog net een staartje mee van het Chaamse dorpsgevoel van toen.

Door Berry van Oers

Vertrouwen

Als je destijds iets kocht bij de kruidenier, bakker of slager kon je het laten opschrijven. “Laot ‘t mar opschrijven”, zeiden ze dan als je naar de winkel werd gestuurd. Aankopen schreef je op in het ‘boodschappenboekje’. Emma, Anna en Harry hielden de administratie voor je bij. Op het einde van de week kwamen de Chamenaren dan ‘netjes’ afrekenen. En lukte het niet, dan een week later. “Daor kunde van op aon”, zei To. Vertrouwen hoorde bij het Chaamse dorpsgevoel.

Gemeenschapszin

Chamenaren hoorden bij elkaar. Dat voedde hun gemeenschapszin. Ze kenden elkaar allemaal. Chamenaren zeiden ‘heu!’ als ze elkaar tegenkwamen. Nieuwkomers deden ook mee. Ze vonden ons niet ‘aorig’ maar ‘leuk’ en zeiden geen ‘heu’ maar ‘hallo’. “Ik ben wel unnen echte Chaomse”, sneerde Jan dan. “Kom mar bij d’n hoop”, zei ma altijd om het ijs te breken. Jan schold op iedereen in Chaam uit gewoonte. Maar als ze in Strijbeek, Galder of Alphen iets onaardigs over Chamenaren zeiden dan was Jan voor hen ‘gestrejen’. Gemeenschapszin hoorde bij het Chaamse dorpsgevoel.

Zorgzaamheid

Chamenaren pasten op elkaar. Ma bezocht Anneke die alleen woonde. Jantje en Jan metselden bij ons een vloertje en zetten tegels, zonder dat ze er iets voor wilden hebben. “Burenplicht”, zeiden ze dan. Pa hield de hof zuiver van Toon toen die ‘even op vakantie’ moest en ma deed de was van Riet als ze weer ‘op half elf’ liep. Overbuurvrouw To paste op ons toen ma in het ziekenhuis lag. “We zen ommes begaon mee mekaoren”, legde ze uit. Zorgzaamheid hoorde bij het Chaamse dorpsgevoel.

Saamhorigheid

Saamhorigheid ging gepaard met interesse in de ander. In de wachtkamer bij de dokter vroegen ze zonder meer wat je mankeerde. “Waor gaode hennen”, was een normale vraag. Net zoals “Wa heet ie gezeet”, als er iemand bij je op bezoek was geweest. Haalde Joske het leeggoed op dan belde Lies op met de vraag: “Was er fist”. Reed pastoor Mouwen bij ons van de dam af dan stond Nel meteen op de stoep om te vragen wat hij te ‘mauwen’ had. Saamhorigheid hoorde bij het Chaamse dorpsgevoel.

Toegankelijkheid

Nergens vroegen ze eerst naar je naam en je geboortedatum. Bij het gemeentehuis liep je zomaar naar binnen voor een vergunning als je die al de volgende dag nodig had. “Ik vraog ‘t wel efkes aon d’n burger”, zei Jaon dan als Kees kwam informeren of er in de Schootakkerstraat binnenkort nog een huis van de gemeente vrijkwam. Die toegankelijkheid hoorde bij het Chaamse dorpsgevoel.

Verbinding

Iedereen kwam destijds bij ons achterom, variërend van Jaon de Post, Net de Kraant, Piet de Ziekenfonds tot Kees de Melkboer en Miena den Brouwer. De voertaal was ‘Chaoms’. Maar ook ‘anderstaligen’ van buiten Chaam waren welkom bij ons zoals Mart de Meteropnemer uit Gilze, Willem Put uit Alphen en Jantje Nillemaas met zijn ‘kleekes’ uit Ulvenhout. “Pakt mar ’n hout”, zei pa dan terwijl ma de koffie inschonk. Verbinding hoorde ook bij het Chaamse dorpsgevoel.

Gevoel

“Wat heeft de vereniging aan mij”, was destijds de vraag in plaats van “wat heb ik aan de vereniging”. Vergaderingen begonnen meestal later en eindigden met gemak pas na middernacht. ‘Intje pakken’ werden er zo maar tien. Een slechte vergadering kon tijdens de nazit dan toch weer goed eindigen, of andersom. Ook dat hoorde allemaal bij het Chaamse dorpsgevoel.

Op 18 maart kunnen we stemmen voor vertrouwen, gemeenschapszin, zorgzaamheid, saamhorigheid, toegankelijkheid en verbinding. Dat deden ze bij ons thuis ook altijd, eigenlijk zonder er erg in te hebben. Ze stemden op gevoel. Ze kozen voor Chaams dorpsgevoel!