Het stond afgelopen week in de kerkberichten van Ons Weekblad. De viering in de Sint-Remigiuskerk was uit dankbaarheid voor Jan Braspenning. Een bijzonder moment, want Jan vierde zijn 60-jarig jubileum sinds hij zijn gelofte aflegde bij de Paters Spiritijnen aan Weelde Statie. Ook was het 45 jaar geleden dat hij in onze parochiekerk door een aartsbisschop uit Kameroen tot priester werd gewijd. En dan was er nog zijn 21-jarig pastoraat in de parochie Sint Remigius in Baarle-Hertog.

Door: Claudi Olieslagers

Zelfs Stichting Vrienden van Lourdes, waarvan pastoor Jan adviseur is, had het bericht gemist. Gelukkig was Jan zondagmiddag te vinden op het bierfestival Hop over de Grens, waar hij de goede doelen kwam steunen. Een mooie gelegenheid om hem alsnog te feliciteren.

Want als je Jan vraagt naar zijn leven, dan is hij niet snel uitgepraat. Zijn verhaal begon al op jonge leeftijd. Als zoon van een caféhouder wist hij op zijn zesde jaar al dat hij pastoor wilde worden. Hij noemt het zelf ‘geroepen worden’. Toen ik hem vroeg hoe dat er dan uitziet – ik ben nu eenmaal een beelddenker – moest hij daar hartelijk om lachen.

Zijn levensverhaal is inmiddels al meerdere keren verteld, maar Jan is vooral trots op wat hij allemaal heeft mogen doen. Dat hij uiteindelijk pastoor werd in zijn eigen geboortedorp, is best bijzonder. Het is immers niet gebruikelijk dat een pastoor terechtkomt in de plaats waar hij zelf geboren en getogen is. Een priester moet meestal afwachten waar de bisschop hem naartoe stuurt. Je mag soms drie voorkeuren opgeven en vervolgens is het hopen dat de bisschop daar iets mee kan.

Voor Baarle bleek het uiteindelijk nog een hele klus om een pastoor te vinden. Niemand stond te springen om naar ‘Baol’ te komen, vertelt Jan met een glimlach. Daar had je immers ook te maken met Nederlanders. Jan kende Baarle als geen ander en uiteindelijk kwam hij zelf terug naar zijn geboortedorp.

‘Het is nog lang niet gedaan met de kerk’

Als we doorpraten over het geloof, komen we vanzelf bij de toekomst van de kerk. Wanneer ik opmerk dat er steeds meer mensen niet meer geloven, is Jan het daar niet zomaar mee eens. Hij kijkt verder dan Nederland en Vlaanderen.

Volgens Jan zijn vooral in Frankrijk veel ontwikkelingen rondom het geloof en worden er veel kinderen gedoopt en priesters gewijd. ‘Het is nog lang niet gedaan met de kerk’, zegt hij overtuigd. Wel ziet hij dat Nederland en Vlaanderen momenteel tot de meest ongelovige gebieden behoren.

Zijn eigen verbondenheid met de kerk is in ieder geval nooit verdwenen. Ook nu hij 81 jaar is en officieel met pensioen, blijft hij betrokken. Verantwoordelijkheden heeft hij niet meer zoals vroeger, maar wanneer het nodig is, valt hij nog altijd in. Zolang hij het kan, gaat hij door.

Ook zijn band met Kameroen is gebleven. Ieder jaar keert Jan terug naar het land waar het allemaal begon. Het is een plek waar hij zijn hart heeft verloren. Aan God, maar zeker ook aan de mensen die hij daar heeft leren kennen.

Daarnaast is hij adviseur van Stichting Vrienden van Lourdes. Ook daar zet hij zich nog altijd met overtuiging voor in.

En zo stond Jan zondagmiddag gewoon tussen de mensen op het bierfestival. Geen plechtige kerkbanken, maar gezellige drukte, bijzondere biertjes en goede doelen die gesteund werden. Misschien was het juist daarom wel een heel passende plek om hem te feliciteren.

Een proost op 60 jaar religieus leven, 45 jaar priesterschap, 21 jaar pastoor in Baarle en vooral op Jan zelf.

Een man die geroepen werd, zijn hart volgde en nog altijd doorgaat zolang hij kan. Proost, Jan!